De patiënt centraal is een veelgehoord credo maar met de dreiging van het afschaffen van de vrije artsenkeuze is het nog maar de vraag hoe centraal hij staat. Terwijl u dit leest wordt er naarstig gedebatteerd door de wijze mannen en vrouwen in Den Haag of de patiënt dit recht mag behouden. Misschien een mooi moment om, naar aanleiding van de ongelofelijke inzet van al mijn collega’s in de zorg, de dokter eens centraal te zetten.

Of begeef ik me nu op glad ijs? Want dan gaan we snel weer naar de patiënt. Terug naar mijn comfortzone.  Afgelopen week las ik in Medisch Contact dat huisarts Kees de Kock vindt dat zijn vakgenoten te weinig weten over het werk van hun patiënten. Een heel betoog over het feit dat werk of werksituaties voor een deel de klachten bepalen waarmee de patiënt op het spreekuur komt. Hieruit komt de vraag voort of werk gerelateerde problemen wel of niet hoort bij het domein van de huisarts. We hebben immers ook nog een bedrijfsarts. En daar moeten we het ook even over hebben. De zorg raakt ongelofelijk versnipperd wat voor een groot deel bijdraagt aan de hoge kosten. Voor ieder orgaan een specialist en niemand kijkt meer echt holistisch naar de patiënt en dat zou wel moeten! De patiënt is geen foto maar een hele film. Het is natuurlijk te gek voor woorden dat een huisarts 1 klacht per consult mag bespreken en nauwelijks de tijd krijgt om een en ander in perspectief te plaatsten.

Het standpunt van NLBeter is dat als de huisarts meer tijd krijgt om zijn patiënten écht te leren kennen dit substantieel scheelt in doorverwijzingen naar de specialist. Een experiment in het plaatsje Afferden heeft dat eerder onomstotelijk uitgewezen. Als de huisarts meer tijd krijgt om zich te verdiepen in het wel en wee van zijn patiënt dan zijn er 25% minder verwijzingen nodig naar de specialist. Het experiment werd afgebroken omdat het plaatselijke ziekenhuis serieuze inkomsten misliep door het teruglopen van het aantal verwijzingen.

Los van het feit dat dit een voorbeeld is van een “perverse prikkel” in de zorg, wat al erg genoeg is, illustreert het ook nog eens het totaal verdwijnen van de menselijke maat. Een patiënt is meer dan een som van zijn organen. Een beetje meer ‘holisme’ zou dus mooi zijn en leidt ook nog eens tot significante kostenreductie.

Versterking van de eerste lijn. Ik ben niet bang dat mijn beroepsgroep straks duimen zit te draaien. De innovaties en technologische ontwikkelingen schreiden voort en daar zijn de specialisten voor nodig. En met de aanhoudende obesitas -epidemie kunnen we het werk waarschijnlijk met zijn allen nog steeds niet aan. Daar ligt echt de grootste winst, mensen gezond houden, dan gaan we de kraan dichtdraaien in plaats van dweilen.

Van de patiënt centraal naar de mens centraal.