Onderwijs

Focus op de ontwikkeling van het kind en doorgeven van wat in deze samenleving van waarde is.

Standpunten

Onderwijs

Wat is er aan de hand? 

Het algemeen vormend onderwijs heeft ernstige kwaliteitsproblemen. Goed lezen, schrijven en rekenen lukt een groeiend aantal kinderen niet meer. Ook de kennis van cultuur, verleden en burgerschap gaat achteruit. Taal, getallen, verleden en cultuur zijn de sporen waarlangs we communiceren. Als de vaardigheden op deze belangrijke domeinen afnemen dan leveren we automatisch in op maatschappelijke verdiencapaciteit en cohesie. Deze achteruitgang treft vooral kinderen die misschien al minder bagage van thuis uit meekrijgen.

Wat gaat er niet goed?

Leraren zijn moeilijk te binden
Degelijk opgeleide leraren, die les willen geven en zich daar ook in willen ontwikkelen, zijn moeilijk te vinden en nog moeilijker te houden. De uitstroom van starters in het onderwijs is groot, waardoor een kwalitatief en kwantitatief lerarentekort ontstaat.

Niet genoeg dagelijkse lessen
Met afgerond 200.000 fte’s tegenover 2 miljoen kinderen moet het mogelijk zijn dagelijks goede lessen te organiseren voor alle kinderen in Nederland, maar leraren kunnen zich onvoldoende focussen op het lesgeven, omdat zij er allerlei taken bij krijgen.

Te veel bestuurslagen, weinig slagkracht
Het Nederlands onderwijs oogt onbestuurbaar. Resultaten van centraal ingezet beleid zijn steevast tegengesteld aan doelstellingen van goed onderwijs. Verschillende bestuurslagen, met ieder een eigen dynamiek, lijken daarvan de oorzaak te zijn. De grote bemoeienis van private partijen (adviesbureaus, arbeidsbemiddeling, huiswerkinstituten) in het algemeen vormend onderwijs vergroot de kansenongelijkheid en vereist regulering.

Er wordt geëxperimenteerd met onze kinderen
Scholen experimenteren persoonsgebonden en intuïtief met nieuwe onderwijsvormen. De verschillen tussen scholen groeien hierdoor.

De Wet Passend Onderwijs heeft gefaald
Leraren ervaren te veel druk om alle kinderen de aandacht te geven die ze nodig hebben. We denken daarom dat voor sommige kinderen speciaal onderwijs beter is.

Wat gaat NLBeter hieraan doen?

Algemeen

  • Wetenschappelijke kennis én kennis vanuit de praktijk gebruiken voor verbetering van lessen.
  • Het beheer van de scholen in handen van de overheid leggen, het onderwijs zelf bij scholen en leraren. Dit betekent de ontmanteling van de tussenlaag van raden en besturen.
  • Kinderen laten leren naar hun mogelijkheden, waarbij leren staat voor ontdekken wie je bent en begrijpen wat je rechten en plichten als burger zijn. Leerkrachten met veel praktijkkennis meer invloed geven op de inrichting van de school en het onderwijs.
  • Scholen worden geleid door de beste leraar als eerste onder zijn gelijken.

Bevoegde leraren, herkenbare vakken en materialen

  • Kinderen krijgen les van bevoegde en bekwame leraren die zich ontwikkelen in hun vak, en niet persé in andere taken om te voldoen aan carrièredruk.
  • Werkdruk verlagende arbeidsvoorwaarden, eerlijke beloning, vakinhoudelijke kwaliteitseisen en waardering gaan weer voor plezier in het lesgeven zorgen.
  • Kinderen krijgen les in herkenbare vakken en binnen die vakken is aandacht voor cultuur en maatschappelijk relevante kwesties als mediawijsheid en gezondheid.
  • De overheid stuurt op inhoud van het geleerde in taal (Nederlands en Engels), omgang met getallen (rekenen, wiskunde) en wie we zijn en waar we vandaan komen (Nederlands, Engels, geschiedenis, maatschappijleer). Per leerjaar wordt de inhoud vastgelegd in de vorm van landelijke leerstandaarden.
  • Ontwikkeling van passend lesmateriaal voor kernvakken gebeurt op nationaal niveau, getoetst door experts. De kwaliteit van het materiaal wordt geëvalueerd door een onafhankelijke commissie van hoogleraren in de verschillende vakken.
  • Naast de kernvakken is er voldoende vrijheid binnen het onderwijsaanbod om het eigen karakter van de school te benadrukken. Het zelf ontwikkelen van materiaal, dan wel inkopen, is daarbij toegestaan.

Prestaties en beloning

  • Schoolleiders zijn aanspreekbaar op prestaties van leraren en leerlingen.
  • Onderpresteren van leraren en leerlingen krijgt zichtbaar aandacht in de scholen.
  • Leraren in basis- en voortgezet onderwijs worden gelijk beloond.
  • De beloning van leraren verdwijnt uit de begroting van de individuele school en komt in handen van het ministerie, waardoor de beloning wordt bepaald door objectieve criteria als ervaring, opleidingsniveau, studie en jaarlijkse beoordeling, gekoppeld aan ambtenarenschalen.

Zeggenschap

  • Controle van de schoolleiding en het daarmee verbonden instemmingsrecht verschuift van een medezeggenschapsraad met ouders, leerlingen en leraren naar de lerarenvergadering.
  • Ouders en leerlingen zijn vertegenwoordigd middels een adviserende ouder- en leerlingenraad.

Onze Standpunten

ALGEMEEN
  • NLBeter richt zich allereerst en vooral op verbetering en versterking van het algemeen vormend onderwijs, te weten primair onderwijs (PO) en voortgezet onderwijs (VO). Universiteiten en beroepsonderwijs hebben ook problemen, maar deze instellingen ontvangen vanzelf prikkels tot kwaliteitsverbetering vanuit de arbeidsmarkt en concurrerende instellingen. Daarnaast zijn studenten vaak mobiel en in staat om zelf hun leeromgeving te kiezen dan wel aan te passen.
  • Kinderen volwaardig toegerust over de drempel van het vervolgonderwijs helpen, verdient absolute prioriteit.
  • Alle kinderen hebben recht op goed onderwijs, om zo ‘leerbaarheid’ in de breedste zin te kunnen ontwikkelen. Het op school geleerde en de leerbaarheid, vormen samen de noodzakelijke voorwaarde om met elkaar, met verandering en met nieuwe kennis om te kunnen gaan, tot in de verre toekomst.
  • Nationale standaards voor de omvang van de lestaak, de grootte van klassen en de inhoud van kernvakken.
  • De schooltypen zoals ze nu bestaan in het VO blijven voorlopig bestaan.
  • Onderzoek naar de zin van een heterogene brugperiode van twee jaar.
  • Erkenning van het falen van de Wet Passend Onderwijs impliceert een versterking van het speciaal onderwijs.
ARBEIDSMARKT EN –OMSTANDIGHEDEN
  • Leraren basis- en middelbare school verdienen hetzelfde.
  • De overheid, en dus niet de schoolbesturen, betaalt de lonen van de leraren.
  • Plaatsing in ambtenarenschalen op basis van opleidingsniveau (schaal 10 hbo-bachelor, schaal 11 hbo-master en schaal 12 wo master).
  • Begrenzing werkdruk middels nationaal vastgelegde maximale groepsgrootte en lestaak.
  • Schoolleiders hebben een lesbevoegdheid.
  • Schoolleiders zijn aanspreekbaar op onderpresteren leraren en leerlingen.
BEKOSTIGING
  • Het huidige bekostigingsstelsel, de zogenaamde lumpsum, moet op termijn weg.
  • De overheid doet het beheer, leraren het onderwijs en de inrichting daarvan op school.
  • Het beëindigen van de lumpsum begint met de lonen leraren overhevelen van bestuur naar overheid.
  • In de bekostiging heeft het lesgeven absolute prioriteit; pas als alle kinderen les hebben, in overzichtelijke groepen en een redelijke werkbelasting voor leraren, volgt financiering van andere activiteiten.
  • Tegenover 2 miljoen kinderen staan in het basis- en middelbaar onderwijs 200.000 fte’s; alle kinderen krijgen les, het kan namelijk.
KWALITEIT
  • Meer leren op school is voor iedereen goed, maar het helpt vooral kinderen die van thuis uit minder affiniteit hebben met schoolsucces.
  • Onderwijs moet eerlijker en beter.
  • Belangrijke schoolvakken krijgen een nationaal vastgelegde inhoud per leerjaar, inclusief lesmateriaal en eindtoetsen op een minimumniveau.
  • Het staat scholen vrij om buiten die nationaal vastgestelde inhoud het onderwijs in te richten zoals het hun goed dunkt.
  • In alle nationaal vastgelegde vakinhouden is aandacht voor maatschappelijke kwesties als gezondheid, mediawijsheid en burgerschap.
  • Inrichting van het verzorgde onderwijs op basis van wat we daarvan weten.
  • Leraren zijn bevoegd en worden in hun ontwikkeling gevolgd door schoolleiding en collega’s.
INNOVATIE EN ICT
  • Vernieuwen van onderwijs op basis van wat we weten, niet op basis van wat we geloven.
  • ICT in onderwijs is geen geloof, maar dient het comfort in leren.
  • ICT en huiswerkbegeleiding vergroten kansenongelijkheid, reguleer dat.
  • Monopolievorming rond leerlingvolgsystemen maakt scholen kwetsbaar, reguleer dat.
OVERIG
  • De medezeggenschap op school begint bij de inspraak van leraren.
  • De beste leraar leidt de school.
  • Bestrijding kansenongelijkheid begint bij goede leraren.
  • Slechte leraren moeten weg.
  • Plezier in het werk is de motor achter de ontwikkeling in het beroep.
  • Minder leren op school is hetzelfde als maatschappelijke desintegratie.
  • Minder leren op school is hetzelfde als inleveren op verdiencapaciteit van dit land.
  • Na dertig jaar verwaarlozing van basis- en middelbare school kan en moet veel anders en beter.
  • Zonder leraren is het lastig lesgeven.
  • Schoolsucces is de optelsom van thuis en de kwaliteit van de leraar; goed onderwijs draait om de leraar.