Afgelopen jaar (2019) was er in Nederland een tekort aan 1492 verschillende geneesmiddelen: bijna een verdubbeling ten opzichte van 2018. Daar waren bijzondere geneesmiddelen bij, maar ook middelen die veel mensen dagelijks gebruiken.

Een tekort aan geneesmiddelen, of ze nu veel gebruikt worden of niet is om meerdere redenen onacceptabel. Apothekers zien de tekorten al vele jarenlang stijgen en het is aan hun inzet en opleiding te danken dat er nog geen (directe) doden toegeschreven kunnen worden aan de medicijntekorten.

Tegelijkertijd lijkt er bij de overheid té weinig kennis – laat staan kunde of visie – te zijn om dit probleem op te lossen: het vergroten van de voorraden is pas eind 2019 geopperd en behalve dat er nog niets van gerealiseerd is, laat het de oorzaak ongemoeid:

in Nederland zijn goedkope medicijnen te goedkoop en duurdere geneesmiddelen te duur.

Ongeveer driekwart van de medicatie die buiten het ziekenhuis gebruikt wordt is merkloos, ook wel generiek. Het resterende deel is gepatenteerd (specialité) en aanmerkelijk duurder. Opvallend detail is dat we nog geen 20% van de totale medicijnkosten besteden aan die 75% generieke medicatie. In 2018 hebben “we” hiermee 60% kostenbesparing gerealiseerd.

Te goedkoop

Laten we als een voorbeeld kijken naar iemand die een beroerte (TIA) heeft gehad. Als we deze meneer of mevrouw willen behoeden voor herhaling (of erger) dan hebben we een keurige richtlijn die ons helpt met het voorschrijven van medicatie om dat te voorkomen.

In dit voorbeeld behandelen we de patiënt met vier geneesmiddelen om bloeddruk, cholesterol en het vormen van bloedstolsels tegen te gaan. Al die medicatie is merkloos verkrijgbaar en kost (enkel de medicatie, de zorg niet meegerekend) in Nederland € 0,46 per dag of € 13,80 per maand. Weet u wat schoon drinkwater kost voor één persoon in Nederland? Dat is min of meer hetzelfde. We zijn daarmee niet alleen belachelijk goedkoop binnen de Europese Unie, maar staan ook achteraan in de rij wanneer kleinere hoeveelheden medicatie over gelijke aantallen verdeeld moeten worden.

Dit betekent dat de leveranciers die aan Nederland leveren een hele kleine marge verdienen vergeleken bijvoorbeeld omringende landen (België, Duitsland, Noorwegen). Vroeger werd er daarom geproduceerd in lagelonenlanden in Oost-Europa maar dat was door de eenwording van Europa nagenoeg ondoenlijk. Het productieproces is zó efficiënt ingericht dat er gemiddeld genomen genoeg geproduceerd kan worden. Eén kink in het proces en er ontstaat een domino-effect.

Nederland is bereid zó weinig te betalen voor de medicatie dat andere landen de voorkeur krijgen. De afzetmarkt is in België en Noorwegen (opgeteld) min of meer vergelijkbaar. Maar als je daar het dubbele tot tienvoudige krijg voor je product, ga je dat natuurlijk eerst aan je beste klanten leveren.

Wanneer je in Nederland de gemiddelde prijs van generieke medicatie verdubbeld (dus € 0,46 per dag wordt € 0,92 per dag) sta je niet langer op de laatste plaats wanneer er onvoorziene situaties zijn. Maar hoe betalen we dat?

Te duur

Om een nieuw medicijn van het lab naar de markt te brengen ben je vaak meer dan 8 jaar en bijna 1 miljard euro aan investering kwijt. Dat moet je niet alleen terugverdienen, maar ook aanvullen om nieuwe investeringen te kunnen doen. Veel innovaties komen van kleinere laboratoria die in dit proces investeringen vragen om de ontwikkeling voort te zetten. Hiervoor kloppen ze aan bij grotere fabrikanten of overheden en het komt voor dat dit wel 3 keer nodig is voor medicatie zijn weg naar de markt vindt. Maar dan heb je ook wat!

Helaas wel tegen een verkoopprijs die 2 of 3 keer verhoogd is door investeerders die hun inbreng willen verzekeren.

In de afgelopen jaren zijn onze ministers meerdere keer gaan onderhandelen met fabrikanten om de prijs naar beneden te krijgen ná introductie van nieuwe middelen op de Nederlandse markt. Dan loop je achter de feiten aan: als je eerder bereid bent om te investeren heb je niet alleen invloed op de uiteindelijke prijs voor je eigen burgers, maar kun je ook profiteren van het financiële rendement. Onder andere de Duitse overheid heeft om die reden gunstigere prijzen voor bepaalde medicijnen bedongen in vergelijking met wat onze overheid voor elkaar heeft gekregen. Extra voordeel: je kunt sturen op basis van prioriteit. We hebben niet zoveel haast met weer een nieuwe potentieverhogende pil, maar wél behoefte aan nieuwe antibiotica. Als investeerder heb je óók hierop invloed.

De Nederlandse overheid kan vele stappen vooruit maken om geneesmiddeltekorten te voorkomen zonder dat dit tot een onevenredige stijging van de geneesmiddelkosten leidt. Sterker nog: als we het goed doen, zullen de kosten wellicht zelfs minder hard stijgen.

Het doorzetten van het huidige beleid is niet alleen onverantwoord als het gaat om de continuïteit van beschikbaarheid van (noodzakelijke) medicijnen. Het is ook zinloos: goedkoper worden de generieke middelen niet meer. Als ze nog goedkoper zouden worden, gaan ze van de markt en hebben we niets meer.

Tegelijkertijd hebben diverse ministers met beschuldigende vingers gewezen naar de commerciële belangen van de farmaceutische industrie als het gaat om de prijzen van nieuwe medicatie.

Wellicht is het tijd dat boter op de ministeriële hoofden gaan smelten: doe het zelf. Nederland is financieel en innovatief gezien prima in staat om de ontwikkeling van geneesmiddelen vooruit te helpen.

Natuurlijk is zorg meer dan medicijnen, maar tegelijk vormen ze een basisbehoefte. Continuïteit van de geneesmiddelenvoorziening (tegen een realistische prijs) maakt Nederland stukken beter.