Als je een nieuwe partij opricht dan krijg je een aantal standaardreacties. ‘Goh, wat dapper, waar je maar zin in hebt!’ Maar ook de wezenlijke vraag: waar staan jullie voor?’

Als zorgverlener draai ik al een tijdje mee in het Nederlandse zorgsysteem. In het begin van mijn loopbaan was ik nieuwsgierig en nam ik alles zo goed mogelijk in mij op. In de fase daarna werd ik wat onrustiger en soms zelfs geïrriteerd. Ik verbaasde me over patiënten die niet goed binnen het systeem leken te passen en daardoor verwaarloosd werden. 

Chronische psychiatrische patiënten, ook wel ‘draaideur-patiënten’ genoemd, die telkens opnieuw met een dwangmaatregel moesten worden opgenomen omdat niemand zich echt verantwoordelijk voelde waardoor ze ernstig verloederden.  Patiënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis en ingewikkelde trauma’s waar niemand zijn handen aan wilde branden omdat ze ‘te duur’ waren, waardoor ze telkens weer op de intensive care belandden met ernstige zelfmoordpogingen.  Maar ook ouderen die op vrijdagmiddag op de Eerste Hulp belandden, in de war door verwaarlozing en een slechte voedingstoestand. Niet ziek genoeg voor het ziekenhuis, maar ook te slecht om weer naar huis te sturen. Je kon geen kant op met ze omdat ze op dat moment niet in het juiste hokje pasten om voor opvang in een verpleeghuis in aanmerking te komen. Of die veel te dikke patiënt die in een rolstoel was beland omdat zijn beide benen waren geamputeerd vanwege suikerziekte. In zijn neus een zuurstofslangetje en in zijn vergeelde vingers toch een sigaret. 

De talloze voorbeelden die ik voorbij heb zien komen raakten me en toonden aan dat er iets niet klopt in ons zorgsysteem.

Mijn onrust en bezorgdheid probeerde ik om te zetten in opiniestukken en media-optredens. Dolgelukkig was ik toen er door mijn optreden in een tv-programma een Kamervraag werd gesteld over de wachtlijsten in de GGZ.  Mijn geluksgevoel verbleekte echter rap toen ik erachter kwam dat er in de praktijk helemaal niks veranderde. Ja, er werden een taskforce en een commissie samengesteld en er werden rapporten geschreven waar vervolgens weer over werd vergaderd met als uitkomst: nóg meer rapporten. Er veranderde niks.

‘Hoe kan het toch dat iedereen het erover eens is dat er iets moet veranderen, maar dat het toch niet gebeurt’, vroeg ik me af. 

Ik ging praten met allerlei mensen met verstand van politiek en zorgsystemen. Veel gesprekken eindigden met: ‘weet je, het is eigenlijk zo complex dat ik het ook niet helemaal begrijp’.  Sommige drukten me bij het afscheid op het hart ‘maar realiseer je wel dat wij een van de beste zorgsystemen ter wereld hebben’.

Deze uitspraak is slechts gedeeltelijk waar: als je een hartinfarct krijgt word je inderdaad snel en goed geholpen. Maar oh wee als je tot een kwetsbare groep behoort, dan heb je in Nederland gewoon pech. 

Jongeren die in de knoop zitten en tevergeefs aan moeten kloppen bij de gemeente voor jeugdzorg, ouderen die tussen wal en schip vallen omdat ze niet in de juiste categorie vallen, chronische psychiatrische patiënten: deze groepen tonen schrijnend aan dat we te maken hebben met een falend systeem. 

We zijn verstrikt geraakt in een systeem dat ziekte als verdienmodel beschouwt. Snelle en dure diagnose-behandel-combinaties ten behoeve van lucratieve contracten met de zorgverzekeraars. Geen echte marktwerking maar gereguleerde marktwerking waardoor slechts vier grote zorgverzekeraars het zorgbeleid in Nederland domineren. Eindeloze managementlagen waarvan niemand meer snapt wat de toegevoegde waarde is en waardoor niemand echt verantwoordelijk is. Tekentafelbeleid dat vaak niet werkbaar is omdat mijlenver afstaat van de dagelijkse praktijk. De professional die niet aan het roer staat, waardoor te vaak en te veel onzinnige zorg wordt verleend. De leegloop in de zorg omdat professionals ontevreden zijn dat ze niet meer kunnen doen waarvoor ze op aarde zijn. Te weinig belang bij het inzetten op leefstijl en preventie waardoor gezondheid elitair wordt en de lagere economische klasse significant ongezonder is. De voedingsindustrie die nog steeds aan tafel zit in Den Haag waardoor onze jongeren de dupe worden van ongezonde voeding en worstelen met overgewicht en alle gezondheidsrisico’s van dien.  Dure adviesbureaus die de zorg als melkkoe gebruiken en bakken met geld aan nutteloze interventies verdienen. 

Ik concludeerde dat ik me binnen de spreekkamer wel kan inzetten om mijn patiënten beter te maken, maar dat ze ziek blijven of ziek worden door een falend systeem.

Toen ik mijn oor wat breder in de samenleving te luisteren legde begreep ik dat deze systeemfouten niet alleen de zorg verzieken, maar de hele publieke sector. Te veel accent op financieel-economische prikkels, te veel bureaucratie: in het onderwijs, bij de politie en overal in de publieke sector is sprake van dezelfde problemen.

Het is tijd voor verandering maar vooral tijd om echt wat te gaan doen!

Daarom doen wij mee aan de verkiezingen op 17 maart 2021 omdat de publieke zaak alleen gediend kan worden door mensen met verstand van zaken.  De tijd van manifesten is voorbij. Wij willen naar Den Haag om echt invloed uit te kunnen oefenen op wet- en regelgeving.

  

Als u, net als wij, overtuigd bent dat we met elkaar een gezonde samenleving met een sterke publieke sector kunnen realiseren dan hoop ik van harte dat u op ons stemt.