Gezondheidszorg

Iedereen heeft recht op goede basiszorg.

Standpunten

Gezondheidszorg

Onze gezondheidszorg is ziek

Hoe kon het zo ver komen?

In 2006 werd de marktwerking in de zorg ingevoerd om stijgende kosten te drukken. Door concurrentie aan te wakkeren, zou de prijs van behandelingen dalen en de kwaliteit toenemen. Daarnaast wilde de overheid iets doen aan de oplopende wachtlijsten en ‘de patiënt centraal’ stellen. De overheid trok zich steeds meer terug en zorgverzekeraars werden de regisseurs van de zorg.

Het gevolg van dit desastreuze beleid is inmiddels duidelijk:

Geld stuurt de zorg in plaats van solidariteit en zorgzaamheid. Aan ziek zijn wordt verdiend: niet de oorzaak van een klacht maar de diagnose en het behandeltraject staan centraal en zijn leidend voor de financiering.
De kosten rijzen de pan uit en zijn binnenkort niet meer op te brengen terwijl het einde van de vergrijzing nog lang niet in zicht is.
De zorgkwaliteit neemt af waardoor patiënten (en mantelzorgers) toenemend ontevreden zijn en onverantwoorde risico’s lopen.
De zorgverlener haakt af omdat een overvloed aan regels en zinloze bureaucratie belemmeren om écht te zorgen!
De zorg is zo gefragmenteerd geworden dat we het overzicht kwijt zijn en problemen zoals wachtlijsten niet kunnen oplossen.

Wat gaat er niet goed volgens NLBeter:

  • De kloof tussen arm en rijk neemt toe. De elite heeft een betere toegang tot zorg en gezondheid en een gezonde leefstijl is elitair geworden. Inmiddels bepaalt je postcode de kans op ziekte en overlijden.
  • Door eindeloos polderen maken we geen keuzes ten aanzien van de aanpak van problemen in de zorg, en nemen we onvoldoende verantwoordelijkheid voor met name de kwetsbare groepen in onze samenleving.
  • Er ontbreekt politiek leiderschap waardoor verzekeraars, multinationals en dure adviesbureaus in de praktijk de regie hebben over onze gezondheid.
  • In Den Haag is onvoldoende expertise en lange termijnvisie, waardoor geen of de verkeerde keuzes worden gemaakt en de zorg steeds verder verziekt.
  • Als we de zorg niet wezenlijk veranderen dan nemen de misstanden toe en zullen deze problemen in de zorg elkaar steeds verder versterken.

Onze standpunten

ARBEIDSMARKT- EN OMSTANDIGHEDEN
  • Tenminste 20% meer handen aan het bed door rigoureus te snijden in zinloze bureaucratie: hiermee bedoelen we: alle niet patiëntgebonden activiteiten
  • De professional aan het roer: managers en bestuurders met eigen ervaring, opleiding en inhoudelijk verstand van zaken besturen de zorg en de zorgverleners. Dus een ziekenhuisbestuurder dient bij voorkeur te hebben deelgenomen aan het primaire proces. Onze voorkeur gaat uit naar duaal management omdat dit meer garantie biedt voor stabiliteit en kwaliteit. Dus een financieel bestuurder en een inhoudelijk bestuurder.
  • De salarissen voor ‘de handen aan het bed’ gaan omhoog.
  • Wij willen met verstand van zaken drastisch snijden in managementlagen en het aantal managers.
  • Meer autonomie en vertrouwen voor zorgverleners, dus minder ‘afvinklijstjes’ en overtollige regel- en controledwang. De ‘lijstjes’ moeten door de werkvloer als zinnig worden beschouwd als het gaat om kwaliteit en patiëntveiligheid en niet omdat ze een voorwaarde zijn voor geld, vergunningen of licenties.
  • Meer buffercapaciteit in de zorg zodat we sneller kunnen inspelen op een grotere vraag, zoals bij Corona noodzakelijk bleek. Tijdens het beleid van de afgelopen jaren is de zorg uitbesteed aan allerhande marktpartijen. Buffers dienen beschouwd te worden als strategische reserve en niet als dood kapitaal.
  • Zorgverleners controleren zorgverleners. Inspectie en beroepsverenigingen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de kwaliteit van de zorg. NLBeter gaat uit van de integriteit en de intrinsieke motivatie van de zorgverlener. Wij denken dat wantrouwen ‘duurder’ is dan vertrouwen.
  • Om uitstroom zorgpersoneel tegen te gaan:
    • Meer status, zeggenschap, vertrouwen, autonomie en erkenning van het vak; ‘applaus betaalt geen hypotheek’
    • Mate van uitstroom en hoeveelheid ZZP’ers verplicht meenemen bij zorginkoop als kwaliteitsmaat van het gevoerde instellingsbeleid.
    • Hoger salaris (zie onder kosten voorstel besparing op overtollige bureaucratie) en betere arbeidsvoorwaarden, denk aan meer tijd en ruimte voor omscholing en bijscholing (zie voorstel minder afvinklijstjes waardoor meer tijd over).
    • Contractueel vastleggen welk percentage naar het primair proces gaat en welk percentage maximaal aan bureaucratie besteed mag worden.
    • Kleinschaligheid in directe werkomgeving. Komt zowel personeel als patiënten ten goede. De menselijke maat weer terug in de zorg.
  • Medisch specialisten:
    • Medisch specialisten kunnen kiezen of zij in loondienst dan wel als ondernemer willen werken. Mochten zij voor het laatste kiezen dan dient de maatschappelijke meerwaarde van dit ondernemerschap ook aantoonbaar te zijn waar het betreft kwaliteitsverbetering, innovatie en doelmatigheid van de zorg. (Risicodragend ondernemerschap)
PREVENTIE & ONDERZOEK

Wij maken ons zorgen over een nieuwe sociale kwestie waarbij vooral kwetsbare burgers en de lagere sociaaleconomische klasse de dupe worden van een ongezonde leefstijl. In het huidige systeem is ziekte een verdienmodel en preventie en leefstijl onvoldoende relevant als het gaat om financiële prikkeling.

NLBeter wil wetgeving waarbij ziektekosten uiteraard wel vergoed worden maar waardoor zorgverleners en verzekeraars primair financieel geprikkeld worden om de bevolking zo gezond mogelijk te houden. Inmiddels is overtuigend aangetoond dat je postcode statistisch bepaalt wanneer je ziek wordt en overlijdt.

NLBeter wil deze kloof dichten en deze kansongelijkheid binnen vijf jaar te halveren door:

  • Leefstijl en preventie op één waardoor vermindering van ziektelast met ten minste 40% en bestrijden van de welvaarts-pandemie en in het bijzonder obesitas.
  • Voedsel- en middelenvervuilers zoals fastfoodketen, de suiker- en tabaksindustrie worden aangepakt en moeten een deel van hun winst inleveren ten behoeve van de zorgkosten. De vrijheid die deze industrie heeft genoten willen we aan banden leggen. In de huidige situatie worden de winsten geprivatiseerd en de kosten gesocialiseerd. Dat willen we veranderen door onder andere aantrekkelijke belastingconstructies af te schaffen en een ander subsidiesysteem in te voeren.
    • Accijns op ongezond voedsel, alcohol en tabak gaan drastisch omhoog en verkooppunten omlaag. Wetenschappelijk is aangetoond dat dit onmiddellijk effect heeft op volksgezondheid.
    • Afdwingen van transparantie en gezondheids-gericht denken van voedselproducenten door alle verkrijgbare voeding in de supermarkt te voorzien van duidelijk labels zoals ‘erg ongezond, redelijk ongezond.
  • De burger wordt daarnaast middels ‘nudging’ verleid tot een gezondere leefstijl. Hierbij is samenwerking met de leefomgeving cruciaal, denk aan supermarkten, stations en scholen. Wij willen inzetten op de bewustwording van de burger dat gezondheid haalbaar is voor elke sociale klasse en dus niet een elitaire kwestie is.  Veel burgers zijn zich onvoldoende bewust van de gezondheidsrisico’s die ze lopen met hun consumptiepatroon. Pas bij medische calamiteiten zien mensen wat ze zichzelf hebben aangedaan. Wij willen af van de mantra dat het begrenzen van een ongezonde leefstijl synoniem is met betuttelen. Sterker nog wij zien betuttelen als zorgzaamheid.
    Zowel zorgprofessionals als onderwijspersoneel moet worden ingezet om deze kennis over te brengen en het bewustzijn te vergroten.
    • De lobby van de voedsel- en middelenvervuilers in Den Haag wordt transparant en aan banden gelegd. Deze vervuilers zitten niet meer ‘aan tafel’ als het gaat om beleid en wet- en regelgeving. Beïnvloeding van Kamerleden, kabinet en uitvoeringsorganen door lobbypartijen wordt verboden. Hiertoe wordt wetgeving gemaakt.
    • Verbieden van sponsoring door producenten van ongezonde voeding en strengere regelgeving voor reclame op ongezonde producten en diensten.
  • NLBeter is van mening dat zowel de centrale overheid als gemeentes en toezichtsorganen en wetenschappelijke commissies van beroepsverenigingen, de regie weer dienen te pakken waar het betreft preventie als onderdeel van de Publieke Gezondheidszorg.
  • Budget, infrastructuur en personeel van GGD’s worden drastisch uitgebreid zodat Nederland is voorbereid op bestrijding van huidige en toekomstige pandemieën van allerlei aard. De eindregie en eindverantwoordelijkheid ligt bij de centrale overheid omdat we door Corona hebben gezien dat hier lokaal onvoldoende slagkracht voor bestaat
  • Wij willen inzetten op meer onderzoek dat zich primair richt op de volksgezondheid. Dus meer geld naar onderzoek naar de doelmatigheid van de gegeven zorg. Budget wordt vrijgemaakt voor wetenschappelijk onderzoek naar het effect van leefstijlinterventies.
  • Meer onderzoek naar uitkomstmaten voor ‘gezondheid en (maatschappelijk) welzijn’ in plaats van het louter kijken naar vermindering van klachten. Het gedachtengoed van ‘Positieve Gezondheid’, waarbij menselijke veerkracht en een betekenisvol leven centraal staan, wordt breed geïntegreerd in de gezondheidszorg. Met name in de huisartsenzorg.
PREVENTIEPLAN BEWEGINGSARMOEDE

NLBeter wil investeren in een gezonde en zorgzame samenleving en preventie hoger op de politieke agenda. Zo wil NLBeter met concrete maatregelen de vitaliteit van de inwoners van Nederland structureel verbeteren en de pandemie van bewegingsarmoede beëindigen. Dit wil NLBeter bereiken door de kracht van sport en bewegen optimaal te benutten en steviger in beleid te verankeren. Maar ook door sport en bewegen te borgen in wetgeving.

Er is al jaren sprake van een pandemie van bewegingsarmoede. De helft van de bevolking in Nederland beweegt te weinig en dan vooral die groepen die in de samenleving al jaren structureel achterblijven in sportdeelname, gezondheid en sociale deelname aan de maatschappij. Het is tijd voor maatregelen die zoden aan de dijk zetten en de pandemie van bewegingsarmoede te beëindigingen! Daartoe lanceert NLBeter een preventieplan Sport en Bewegen.

Maatregelen preventieplan Sport en Bewegen:

  1. Een sportwet
  2. Aanstellen Nationaal Coördinator Gezondheid & Sport
  3. Sport en bewegen is een kernvak in het curriculum
  4. De openbare ruimte is een beweegvriendelijke omgeving
  5. Extra sport- en beweeginterventies in krachtwijken
  6. Professionalisering sport- en beweegsector

Een Sportwet.
Sport en bewegen zijn geborgd in wetgeving en gezien als een publieke voorziening. Sport is een van de weinige beleidsterreinen waarvoor de overheid qua wetgeving niets heeft geregeld. De financieringsstromen richting de sport- en beweegsector zijn, zowel op nationaal als op lokaal niveau, onzeker. Zonder wetgeving blijft de financiering van de sport- en beweegsector dus kwetsbaar. Door sport en bewegen te borgen in wetgeving en te beschouwen als een publieke voorziening, wordt de rijksoverheid verantwoordelijk voor een robuust stelsel. Tevens worden in dit stelsel de verantwoordelijkheden van de overheden, onderwijs en de organisaties in de sport- en beweegsector verduidelijkt en worden de kaders vastgelegd voor de gevraagde kwaliteit van sport (sportaanbod, sportkader, sportorganisaties, sportaccommodaties).

Aanstellen Nationaal Coördinator Gezondheid & Sport.
Het bereik en de impact van sport en bewegen dient te worden vergroot. Door de kracht van sport en bewegen in te zetten en een gezonde leefstijl te stimuleren wordt een wezenlijke bijdrage geleverd aan de aanpak van maatschappelijke vraagstukken. Denk aan het voorkomen van leefstijlgerelateerde ziekten (zoals diabetes en hart- en vaatziekten), maar ook aan het verbeteren van de sociale cohesie, snellere re-integratie naar werk en het tegengaan van eenzaamheid. Daartoe dient echter wel de samenwerking binnen de ministeries, departementen en tussen de sport- en beweegsector en andere sectoren te verbeteren. Door een Nationaal Coördinator Gezondheid & Sport binnen het ministerie van VWS aan te stellen kan er makkelijker een overkoepelende en integrale aanpak worden ontwikkeld. De NCGS functioneert als schakel tussen al deze verschillende beleidsterreinen en kan als expert gevraagd worden aanbevelingen te doen voor een blijvende aanpak. Op deze wijze kan onder meer sport en bewegen als instrument beleidsmatig ingebed in andere ministeries en departementen. Door een integrale benadering en een bredere financiering kan sport en bewegen veel meer bijdragen aan doelen op het gebied van preventie, gezondheid, zorg, arbeidsparticipatie, onderwijs, leefomgeving en het sociaal domein.

Sport en bewegen is een kernvak in het curriculum.
Vroeg begonnen is veel gewonnen. Onderzoek toont aan dat de Nederlandse jeugd steeds minder beweegt en dat de motoriek van kinderen de afgelopen 10 jaar significant slechter is geworden. Nederland moet van wereldkampioen zitten Olympische kampioen bewegen worden. Daartoe wordt in het curriculum van het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het MBO het vak ‘sport en bewegen’ een kernvak. Leerlingen sporten en bewegen minimaal twee keer per dag een half uur matig intensief op school. Het bewegingsonderwijs wordt verzorgd door een vakleerkracht. Verder worden scholen aangezet om klaslokalen zodanig in te richten dat kinderen worden uitgenodigd tot staan of bewegen tijdens lesuren en gemeenten aangezet om schoolpleinen om te vormen tot beweegpleinen.

De openbare ruimte is een beweegvriendelijke omgeving.
De omgeving waarin wij leven is enorm veranderd ten opzichte van 100 jaar geleden, de huidige omgeving zet veelal aan tot fysieke inactiviteit. Deze omgeving dient te veranderen in een leefomgeving die mensen faciliteert, stimuleert en uitdaagt tot bewegen, spelen en sporten. Daartoe wordt budget vrijgemaakt en gemeenten gefaciliteerd in het aanstellen van een regisseur beweegvriendelijke omgeving en, via de omgevingswet, aangezet om de openbare ruimte op de mogelijkheid voor mensen om te sporten en te bewegen in kaart te brengen en met behulp van de uitkomsten beleid te maken op buurt- of wijkniveau.

Extra sport- en beweeginterventies in krachtwijken.
De afgelopen decennia laten zien dat structureel dezelfde groepen in de samenleving achterblijven in sportdeelname, gezondheid en sociale deelname aan de maatschappij. Verschillen in gezondheid en gezondheidsvaardigheden blijken in belangrijke mate gerelateerd te zijn aan de sociaaleconomische status, en worden in sterke mate bepaald door opleiding, inkomen en achtergrond. Door meer budget vrij te maken voor preventie worden extra effectieve sport- en beweeginterventies in krachtwijken gefinancierd om zo de gezondheid van mensen in en de sociale cohesie van deze buurten te bevorderen. Daarnaast wordt binnen het budget van armoedebestrijding een specifiek budget gealloceerd om drempels weg te nemen voor die mensen waarvoor sporten en bewegen niet vanzelfsprekend is. Dit om het deelnemen aan de sport verder te bevorderen, denk onder meer aan mensen met een beperking, kwetsbare ouderen, etc.

Professionalisering sport- en beweegsector.
Een leefstijltransitie is nodig! Om deze transitie te realiseren dienen overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties het bevorderen van een gezonde en actieve leefstijl (inclusief sport en bewegen) leidend te laten zijn bij beleidskeuzes. Daartoe dient de sport- en beweegsector verder te professionaliseren, dit zodat de sport- en beweegsector een grotere rol kan spelen in het verkleinen van de beweegachterstand van inwoners waarvan sport en bewegen niet vanzelfsprekend is. De doorstroom van mensen van andere sectoren (denk aan zorg, bedrijven, etc.) naar het reguliere sport- en beweegaanbod verbetert tenslotte als de sport- en beweegsector beschikt over specifiek gekwalificeerd kader, er een passend en kwalitatief hoog sport- en beweegaanbod is voor iedereen en er sprake is van een veilige omgeving en een goed pedagogisch sportklimaat. Door meer budget vrij te maken voor preventie kan er meer hoogopgeleid kader werkzaam zijn in de sport – en beweegsector, zodat gewerkt worden aan structurele gedragsverandering en sport en bewegen meer als medicijn kan worden voorgeschreven.

Met sport en bewegen valt dus veel te winnen en te verdienen. Elke euro die Nederland investeert in sport en bewegen levert € 2,51 aan waarde op voor de Nederlandse samenleving. Daarom een preventieplan sport en bewegen!

BEKOSTIGING

In 2006 is een stelsel ingevoerd vanuit de gedachte dat marktwerking tussen zorgverzekeraars zou leiden tot het in de hand houden van kosten en kwaliteitsverbetering. Het in hand houden van de kosten is deels gelukt, echter de grens van het “kunnen bezuinigen” is nu bereikt. De kwaliteitsverbetering is mislukt, het blijkt dat Ziektekostenverzekeraars niet kunnen beoordelen wat goede kwaliteit van zorg is en deze ook niet kunnen bijsturen, omdat ze niet goed kunnen aansluiten bij de dagelijkse praktijk. Daarnaast komt de keuzevrijheid voor burgers steeds meer onder druk te staan door de gereguleerde marktwerking waarin de zorgverzekeraar toenemend op de stoel van de arts plaatsneemt en voor de burger bepaalt welke zorg toegestaan is.

We zien dat wantrouwen tussen de betrokken partijen heeft geleid tot controledrift met overmatige bureaucratie als gevolg.

Bovendien is er geen sprake van “regie”, die is immers uit handen gegeven aan met name de zorgverzekeraars. We zien nu ten tijde van Corona dat de Overheid de regie weer terug probeert te pakken maar onvoldoende in staat blijkt te zijn om dit naar behoren te doen.

NLBeter wil:

  • Premie wordt na rato van draagkracht direct afgedragen aan de Overheid. Premie en belasting worden samengevoegd in ‘een centrale pot’. Vanuit het principe van centrale aanbesteding regelt de Overheid een basispakket voor alle burgers.
  • De Overheid gaat de zorg aanbesteden en de kwaliteitsnormen bepalen. Denk aan het aantal ic-bedden, de rol van de farmaceuten et cetera. Hierdoor zijn we hopelijk ook beter voorbereid op mogelijke calamiteiten in de toekomst.
  • Om haar regierol zo goed mogelijk uit te kunnen voeren zal de Overheid gebruik moeten maken van de kennis en expertise van experts. Wij zien hierin een rol weggelegd voor de beroepsverenigingen.
  • Marktwerking voor de zorgaanbieders blijft bestaan om onder andere innovatie te stimuleren. Daarnaast vinden wij het cruciaal dat de burger keuzevrijheid heeft in het kiezen van de juiste en passende zorg.
  • Drastisch knippen in bureaucratie en met verstand van zaken snijden in onzinzorg:
  • Ongeveer 75% van alle kosten in de zorg gaat naar personeelskosten. Minimaal 20% van al het zorgpersoneel is fulltime bezig met ondersteunende, administratieve of managementtaken. Het personeel dat directe zorg aan patiënten verleent is daarnaast ook tenminste 35% van de tijd bezig met administratieve verantwoording en bureaucratie.
  • Wij stellen voor dat bepaalde administratieve handelingen met onmiddellijke ingang worden gestaakt, waardoor de regeldruk met minimaal 20% regeldruk afneemt. Hiermee komt onmiddellijk tijd vrij voor ‘handen aan het bed’.
  • Deze 20% procent zou ook financieel kunnen vrijvallen (gegeven de huidige zorgbegroting een concrete besparing van ongeveer 12 miljard euro) en worden aangewend voor zaken genoemd onder ‘arbeidsmarkt- en omstandigheden’.
INNOVATIE & ICT

‘Telezorg is here to stay’: Corona toont aan dat de sector er op veel gebieden in is geslaagd onder druk snel en doelmatig om te kunnen schakelen naar allerlei vormen van telewerken. De bestaande ICT-infrastructuur vormde hiervoor de basis.

  • NLBeter vindt dat verdere innovatie en toepassing in de praktijk noodzakelijk zijn om voor kostenbesparing. Kostenbesparing mag nooit een doel op zich zijn. Bij adequate toepassing van ICT geldt dat ‘geld volgt inhoud ipv andersom’.

Ontwikkelingen elektronisch patiëntendossier (EPD) en landelijk patiëntendossier:
Marktwerking waar het ICT-toepassingen betreft heeft geleid tot riskante ontwikkelingen. Zo kunnen ziekenhuizen, apotheken, praktijken nog steeds geen patiëntengegeven uitwisselen vanwege te veel verschillende softwareprogramma’s. Dit leidt dagelijks tot nodeloze schade voor en overlijden van patiënten;

  • NLBeter pleit voor een drastisch herziening van de EPD-infrastructuur en het op korte termijn invoeren van 1 landelijke standaard voor informatie-uitwisseling waaraan alle zorginstellingen en zorgverleners verplicht zijn verbonden. Patiënten houden de regie over wie zij toegang geven tot hun gegevens.
KWALITEIT VAN ZORG & PATIËNT

Van ‘ziektezorg naar gezondheidszorg’

NLBeter wil dat huisartsen het hart van de zorg vormen verantwoordelijkheid, verplichting en bijpassend budget krijgen om preventie en lifestyleadvies vorm te geven binnen hun ‘praktijkgemeenschap’. Huisartsen wachten niet tot de patiënt ziek wordt, maar organiseren actief preventieprogramma’s op alle gebieden van de zorg binnen hun praktijk.
Dit moet samen met de GGD’s vorm gegeven worden aangezien de gezondheid van de gemeenschap kun kerntaak is. De lijn huisartsen-GGD ‘s dient versterkt te worden.

  • Monitoring op gezondheidsuitkomst vindt plaats middels eenvoudige en reproduceerbare uitkomstmaten die door de beroepsverenigingen uit het veld opgesteld worden en niet door het ministerie of de Zorgverzekeraars
  • Zorg in de regio vinden wij belangrijk: dichtbij en toegankelijk voor iedereen. Versterken van lokale ziekenhuizen en huisartsenzorg in combinatie met kwalitatief verantwoorde zorg in de thuissituatie zo mogelijk.

In een beschaafd land wordt de kwaliteit van zorg bepaald door de ‘vloer’ en niet door het plafond. Dat betekent dat kwetsbare groepen, zoals ouderen, jeugd en GGZ de zorg krijgen die ze nodig hebben voor een minimaal fatsoenlijke kwaliteit van leven. Het ‘plafond’ mag hoog zijn, maar solidariteit moet leidend zijn. Zoveel mogelijk kwaliteit van leven voor zoveel mogelijk mensen.

  • Daarom wil NLBeter vakmensen aan het roer die met verstand van zaken durven kiezen. Dat betekent dat kosten die in de zorg worden gemaakt zorgvuldig worden afgewogen door professionals die de Overheid adviseren met als uitgangspunt solidariteit. Dus liever meer huisartsen in Zeeland dan een extra protonencentrum omdat we daar internationaal en/of wetenschappelijk goede sier mee kunnen maken.
  • De GGZ moet drastisch gereorganiseerd worden.

Wij willen expertise aan de poort zodat er direct de juiste triage plaatsvindt. Het moet sneller duidelijk worden wie wel en wie niet een traject in de GGZ nodig heeft.  Ernstige psychiatrische aandoeningen met veel impact voor patiënt en samenleving krijgen prioriteit in de GGZ.  Hierdoor zullen de wachtlijsten afnemen en sneller duidelijk wordt wie zorg nodig heeft en wie niet.

  • De GGZ-molochen worden opgeknipt om de menselijke maat weer terug te krijgen in de organisaties. Instellingen organiseren hun zorg verplicht kleinschalig zodat patiënten hun verhaal maar 1x hoeven te vertellen.
  • Poliklinische zorg vindt uitsluitend nog plaats in kleine teams, die geworteld zijn in de buurt en/of de regio.
  • Concurrentie is mogelijk en dient te leiden tot kwaliteits- en doelmatigheidsverbetering;
  • Acute opname- en dagbehandelingsafdelingen worden ondergebracht bij algemene en academische ziekenhuizen;
  • Een landelijk netwerk voor essentiële 3e lijn of tertiaire specialisaties en consultatie blijft noodzakelijk. Dit wordt waar het kan verder vormgegeven en waar het moet opgetuigd;
  • Crisisdiensten blijven regionaal georganiseerd
  • Wet Verplichte GGZ wordt opgeheven omdat sinds de invoering blijkt dat deze wet schadelijk is voor patiënten en te belastend, soms ronduit onuitvoerbaar is voor personeel. De BOPZ wordt tijdelijk heringevoerd. Nieuwe en praktisch uitvoerbare wetgeving wordt gemaakt met professionals in de lead; Juristen geven hierbij vorm aan inhoud en niet andersom.
  • Patiënten met psychosomatische klachten dienen primair behandeld te worden door de ziekenhuis psychiatrie en ziekenhuis psychologie. Deze dient versterkt te worden. Elk ziekenhuis wordt verplicht een psychosomatische poli op te richten waar deze patiënten samen met somatische specialisten gezien kunnen worden.
  • De jeugdzorg moet worden ondergebracht in één organisatie om de schotten tussen allerlei organisaties en zorgvormen er tussenuit te halen en organisatiebelangen en zinloze bureaucratie te ontmantelen. Zorgverleners niet meer in dienst van de gemeente om te voorkomen dat belangen en kwaliteit kunnen botsen.  Wij zijn voorstander van het FNV-plan ‘Drastisch versimpelen in de jeugdzorg’.

Minder zorg in het ziekenhuis, meer zorg dicht bij de patiënt

  • Er dient minder verwezen te worden door de huisarts naar het ziekenhuis:
    Corona heeft aangetoond dat teleconsulten gemakkelijk plaats kunnen vinden. Specialisten kunnen worden geconsulteerd door de huisarts in de huisartsenpraktijk in plaats van de standaardverwijzingen naar het ziekenhuis. Een bijkomend voordeel is dat de expertise van de huisarts zal toenemen. Doordat het accent bij de huisarts komt te liggen zullen kleinere ziekenhuizen verdwijnen of krimpen. Het ziekenhuis wordt dus dienstbaar aan de huisarts, waardoor het ziekenhuisbudget deels kan worden overgeheveld naar de huisarts.
  • De artsenopleidingen moeten zich meer vormen naar wat de maatschappij nodig heeft.
  • Academische ziekenhuizen spelen een cruciale rol voor opleiding, onderzoek en zogenoemde tertiaire expertise. Deze blijven gehandhaafd in hun huidige staat.

Huisartsen

De huisartsen hebben de afgelopen jaren veel complexe zorg vanuit de tweede lijn overgenomen. Tevens hebben ze uitgebreid gehoor gegeven aan de roep voor taakdelegatie. Als gevolg hiervan zijn de consulten veel complexer dan vroeger en kosten meer tijd. Daarnaast heeft onderzoek heeft uitgewezen dat consulten van 15 minuten in plaats van 10 minuten een afname van het aantal verwijzingen teweegbrengt en dat zowel zorgverlener als patiënt zich daar veel prettiger bij voelen. Op dit moment zijn de huisartsen financieel gedwongen hun consulten zo kort mogelijk te houden.

  • Het standaard consult bij de huisarts dient minimaal 15 minuten te worden en een lang consult minimaal 30 minuten. Het tarief voor de consulten (nu rond de €10, dient tenminste verdubbeld te worden).
  • Van huisartsen wordt nu gevraagd én manager te zijn en én dokter. Dit is niet alleen zeer belastend, maar ook neemt het aantal voor zorg inzetbare uren van de huisarts af. Ook wil de nieuwe generatie deze combinatie niet meer, waardoor het zeer moeilijk is praktijken op te laten volgen. De huisarts dient extra middelen te krijgen om praktijkmanagement in te huren. Nu zijn deze middelen alleen te verkrijgen via zogenaamde “modules” waar constant op bezuinigd wordt en die geen zekerheid geven.
  • NL beter wil sterk inzetten op anderhalve lijns zorg, zorg tussen ziekenhuis en huisarts in. Deze zorg dient onder regie van de huisarts te komen, terwijl we nu zien dat deze vaak door specialisten geleverd wordt.
  • Om deze anderhalve lijns zorg goed vorm te geven dienen er zorgprofessionals opgeleid te worden die deze zorg goed vorm kunnen geven; denk aan een “arts bewegingsapparaat”, die de vakgebieden huisartsgeneeskunde, reumatologie, orthopedie en sportgeneeskunde combineert.
  • Het opleiden van deze groepen gaat ten koste van het opleiden van meer specialisten in een aantal specialismen, deze groep dient geleidelijk verkleint te worden en richt zich in de toekomst enkel op complexe specialistische zorg.
  • Het leveren van fysieke nachtzorg (23:00-08:0 uur) op de huisartsenposten verdwijnt. Na telefonische triage door een huisarts wordt hetzij een visite gereden (door een huisarts), hetzij een bezoek aan de eerste hulp afgelegd. Nu ziet eerst de huisarts de patiënt en daarna volgt in 50% van de gevallen alsnog een bezoek aan de eerste hulp, dit is dubbel werk en niet patiëntvriendelijk. Men gaat niet voor niets midden in de nacht naar de huisarts.
  • De huisarts gaat in de toekomst ondersteund worden door een medewerker “leefstijl en preventie”. Deze medewerker wordt betaald door de veiligheidsregio en overbrugt de (nu te grote) afstand tussen GGD en huisarts.
  • Medicatie en hulpmiddelen worden landelijk ingekocht, deze inkoop wordt niet meer aan de markt overgelaten (New Zeelands model). Hierdoor wordt tekorten op middelen en steeds veranderen van merken van bepaalde geneesmiddelen voorkomen, terwijl er wel lage prijzen worden bedongen. Ook wordt hierdoor een eind gemaakt aan het (te grote) ondernemersrisico van de apothekers, die nu steeds met veranderingen geconfronteerd worden in hun inkomen (dat sterk onder druk staat).
OVERIG
  • Een maximum aan het budget dat jaarlijks aan adviesbureaus wordt besteed en verantwoording over de zinvolheid en doelmatigheid van de geleverde diensten.
  • Nieuwe geneesmiddelen alleen toelaten tot de Nederlandse markt als zij voldoen aan maatschappelijk verantwoorde criteria. Meer productie in Europa van grondstoffen en medicatie om de kwaliteit en veiligheid te waarborgen.
  • Behoud van vrije artsenkeuze, ook wel bekend als ‘artikel 13’, vormt het fundament van een gezonde, slagvaardige en innovatieve zorgaanbiedersmarkt. Patiënten worden serieus genomen in hun wensen om hun eigen keuzes te maken en de kwaliteit van de geboden zorg te beoordelen.
  • De discussie rond voltooid leven vinden wij uiteraard complex. Het faciliteren van hulp bij zelfdoding zonder uitsluiting van medische gronden die deze wens kunnen bepalen vinden wij onverantwoord. Daarnaast is dat op dit moment onwettig, als er geen sprake is van ondraaglijk en uitzichtloos lijden zoals bij een ernstige ziekte.
  • Wij vinden dat de anticonceptiepil in het basispakket moet komen om vrouwen uit de lagere sociaaleconomische klasse tegemoet te komen het risico op ongewenste zwangerschappen te verlagen.