In de tweede week van oktober, wat later in de middag, komt nummer 31 mijn klaslokaal binnen sloffen. Zonder mondmasker. Ik vraag: ‘Waarom draag jij geen mondkapje in de gang?’ ‘Hoeft niet’, is zijn staccato-antwoord. Ik hum. Hij wil doorlopen. Ik steek mijn hand uit en zeg: ‘Stop. Misschien kun je aan de klas even het dilemma van de gevangenen nog eens uitleggen, verhoor in twee kamers, kiezen tussen verraden en zwijgen, niet-coöperatief versus coöperatief? Wat wordt het?’ Hij mompelt: ‘Non-coöperatief en dan komen we suboptimaal uit’. ‘Met nadruk op we’, zeg ik. ‘En ik kom iets suboptimaler uit dan jij, oetlul’. ‘Dat mag u niet…’ Ik kijk hem strak aan. Hij zwijgt en sloft in eenzelfde tempo naar zijn tafel.

Een zomerlang zwijgen
Dit incident vindt vlak voor de herfstvakantie plaats. We zijn dan acht weken bezig, mondmaskers worden sinds kort dringend geadviseerd en verder werken we met een afspraak uit juni, toen het virus nagenoeg verdwenen was. De leerlingen houden anderhalve meter afstand van hun leraar, maar niet van elkaar. Maar dan beleeft begin augustus het Corona-virus een comeback. Onderzoek toont bovendien aan dat adolescenten het virus doorgeven als een volwassene. Tijd voor actie. Want ja, scholen gaan na de zomervakantie open, maar dat vereist op basis van de nieuwe informatie nieuwe afspraken, zodat leraren en leerlingen zo veilig mogelijk kunnen werken. Denk aan mondmaskers in de gangen, net als in het openbaar vervoer, en kleinere groepen om afstand te organiseren. Ik schrijf dit op, De Volkskrant publiceert het 12 augustus, op radio en televisie licht ik mijn verhaal toe, maar op de kantoren blijft het stil. Minister en bestuurders, zowel van vakbond als werkgevers, zwijgen de gehele zomer.

Stilte in de beleidsburchten
De scholen beginnen na de zomervakantie, de besmettingen lopen op, zowel bij kinderen als collega’s en het wordt druk. Leerlingen zitten regelmatig thuis, soms met een snotneus, wachtend op een test, maar ook met Corona. Ze komen terug, moeten toetsen maken. Ik geef mijn lessen meerdere malen om achterstanden weg te werken, niks mis mee. In een crisis zet je een stap extra. Maar de aanhoudende stilte op de kantoren irriteert. En dus publiceer ik eind september een volgende column in De Volkskrant, onder de dreigende titel: ‘Scholen worden de verpleeghuizen van de tweede golf’. Radio en televisie pikken de boodschap op. En weer blijft het stil in de beleidsburchten.

Elk perspectief op ‘hoe verder’ ontbreekt
NRC/Handelsblad
verklaart de beleidsstilte door uit te zoeken hoe minister Slob het onderwijs bestuurt tijdens deze crisis. Slob belt dagelijks met vertegenwoordigers van belangenverenigingen en als ze invloed willen, dienen ze in het openbaar te zwijgen. En dus horen leraren niks van vakbonden, werkgevers en politiek, waardoor elk perspectief op ‘hoe verder’ ontbreekt. Leraren staan ondertussen wel voor overvolle klassen, surveilleren bij schoolexamens en denken: hoe het met mij gaat interesseert niemand iets. Hoe sterk is de eenzame leraar die tegen de wind in zichzelf een weg baant?

Het Nederlandse onderwijs verdient beter dan Arie Slob
Arie Slob hanteert het oud-Russisch Tsaristisch bestuursmodel. Wat het volk vindt, voelt, wil, kan, het laat hem koud. In het hedendaagse Rusland telt alleen het voordeel van Poetin en zijn oligarchen. Russische burgers reageren berustend, passief en drankzuchtig, de non coöperatieve variant met de suboptimale uitkomst. Wat Russen doen, moeten de Russen weten, maar het Nederlands onderwijs verdient beter. NLBeter.

Vond je dit interessant? Deel het!