Volksvertegenwoordigers?

Trouwe bezoekers van deze site weten dat wij op 17 maart 2021 dingen naar de hand van de kiezer. Mocht dit lukken dan mogen wij ons volksvertegenwoordiger noemen; een eerbiedwaardig ambt. Volksvertegenwoordigers vergewissen zich ervan, ook nadat zij de stem van het volk hebben verworven, dat zij weten wat er speelt bij de gewone man. Zou je denken.

Laat mij u kort even meenemen langs de gebeurtenissen in de Tweede Kamer over de afgelopen weken rond de portefeuille zorg, die een andere indruk wekken.

Vanaf maart werd Nederland getroffen door het coronavirus. De zorg ging met kunst en vliegwerk vol gas; ‘flattening the curve’, luidde het devies. We kregen weer grip, applaus, blije gezichten alom. En dan ook nog een bonus in het verschiet. Eind goed, al goed.

Eh, even opnieuw; zo was het natuurlijk niet helemaal. De uitgangssituatie voor Corona was feitelijk niet vrolijk; 70.000 zorgvacatures plus het gegeven dat 43% van de jonge zorgmedewerkers het vak verlaat na amper 2 jaar! Te hoge werkdruk en lonen te laag voor verpleegkundigen en verzorgenden om fatsoenlijk een gezin te stichten of een huis te bekostigen.

Dezelfde collega’s die de ruggengraat vormen van onze gezondheidszorg als het er echt om spant. Dit zijn de mensen waar je op kunt rekenen als je, met je longen vol Covid-19, op je buik, met een slang in je keel, weerloos en onder zeil, op de IC ligt.

Deze zorghelden vertrouwen er op hun beurt weer op dat zij zich kunnen verlaten op hun volksvertegenwoordigers, if the shit hits the fan en iedereen zich elke dag in een stomend onderwaterpak moet hijsen.

Maar nu komt het. Het applaus is weggeëbd. De situatie na de eerste golf wordt geëvalueerd en wat blijkt uit een recente FNV-poll onder zorgpersoneel? Corona heeft een zeer zware wissel getrokken. 85% heeft het als te zwaar ervaren en 27% overweegt serieus minder te gaan werken of helemaal te stoppen. De matige uitgangspositie van de zorg dreigt dus door Corona nog verder te worden uitgehold.

SP en PvdA dienen een motie in om zorgwerkers structureel hoger te belonen. Goed idee, uitstekende timing zou je denken. Dat wordt kat in ‘t bakkie. Drie stemmingen blijken nodig; 75/75,  70/70 en uiteindelijk 73/71.. de ‘Coalitie tegen de Zorg’ wint. Dat betekent dus dat de helft van de parlementsleden blijkbaar gelooft dat zij het volk vertegenwoordigen als zij ervoor kiezen om het karretje van de zorg met voorbedachten rade verder de modder in te laten rijden. 100% van de coalitie, bestaande uit D66, het CDA, ChristenUnie, en de VVD stemt tegen. Niet een van deze parlementsleden, ik herhaal niet een, durft het aan om zijn/haar geweten en common sense te volgen en voor de motie te stemmen. De fractie- of kadaverdiscipline doet haar meedogenloze werk.

Iedereen met meer dan 50 IQ punten begrijpt dat het, mede gezien de aanzwellende vergrijzing, zaak is om jonge en bezielde zorgwerkers vast te houden, perspectief te bieden, te motiveren middels… waardering, een redelijk loon, meer collega’s en minder bureaucratie. Mensen gaan de zorg in om het verschil te maken, niet om rijk te worden. Maar dat is niet wat er is gebeurd. We praten over een branche waar een structureel tekort is aan personeel, waar personeel zich ondergewaardeerd voelt, overweegt het vak te verlaten in verband met te lage beloning. En nu, tot overmaat van ramp 27% overweegt minder of helemaal te stoppen met werken. En die ga je dus niet structureel een hart onder de riem steken?

Is de oppositie dan brandschoon? Nou, nee; zowel Renske Leijten als Lodewijk Asscher slagen er in om niet of  te laat te verschijnen voor een van de hoofdelijke stemmingen. Hoeveel zegt dat over leiderschap, over serieuze betrokkenheid bij dit onderwerp? Hoe is het trouwens mogelijk dat SP en PvdA er in nota bene 3! stemrondes niet in zijn geslaagd om zelfs maar 1 lid van de Coalitie tegen de Zorg om te praten? Hoe hard hebben ze het geprobeerd? Of was het bij voorbaat een kansloze missie. Is dit ‘business as usual’ in de Volksvertegenwoordiging? Dan zijn hoofdelijke stemmingen feitelijk een farce. Gewoon stemmen per partij, stuk simpeler, geen circus nodig.

Wat waren dan de belangrijkste argumenten van de Coalitie tegen de Zorg om tegen de motie stemmen? ‘Wij gaan daar niet over, dat dient aan de CAO-tafels te worden geregeld’. Kom op zeg, de zorg brokkelt af, het getorpedeerde schip maakt water.. Het andere argument; ‘weet wel dat we moeilijke tijden tegemoet gaan, zo’n crisis het kost wel wat hoor’ snijdt ook geen hout. Of moeten we gelaten constateren dat die ‘hele diepe zakken’ van minister Hoekstra alleen bestemd zijn voor de aandeelhouders van Booking.com, KLM en ander groot wild.

Is het dan echt zo kostbaar om de zorg uit het moeras te trekken, zoals de bekende Haagse kudde dystopische zorgeconomen ons altijd wil doen geloven? Natuurlijk niet. Als al het zorgpersoneel in plaats van 35% nog maar 15% van de werktijd bezig zou zijn met administratie en het bureaucratiegezwel van 20% zou vakkundig chirurgisch worden uitgesneden, dan is er plotseling 1 volle werkdag (0,2 fte) meer collega, en/of een structurele loonsverhoging, en/of tijd voor na- en bijscholing en perspectief op groei. Kortom, dan wordt het vak weer hip, swingend en aantrekkelijk voor jonge collega’s en eindigt de uittocht. Vergis u niet, 20% minder werktijd besteed aan bureaucratie op een zorgbegroting van 80 miljard euro waarvan 60% personeelskosten, levert minimaal € 9 miljard op die aan echte zorgverlening kan worden besteed.

Dat wordt de hamvraag de komende verkiezingen in maart. Willen wij een Tweede Kamer waarin kadaverdiscipline heerst? Of willen wij een cultuurverandering, een situatie waarin kamerleden zich realiseren dat zij ook het ‘zorgvolk’ vertegenwoordigen?

Mocht u nu, na het lezen van bovenstaande denken; zo’n kleine nieuwe partij, wat heb je daar nu an? Het moge duidelijk zijn; volgend jaar dienen we gewoon weer een motie in en een paar stemmen kan een wereld van verschil maken. Voor de zorg, voor ons allemaal!


Opinie: Over marktwerking in de zorg - Ronald Mann

Inleiding:

Marktwerking in de zorg; een heerlijk onderwerp om in minimale tijd op maximale polarisatie te zitten; iedereen heeft er een mening over en het uitventen van deze meningen leidt meestal tot heftige emoties. Dóór deze emoties vindt er geen debat meer plaats. Er wordt volop en op hoge toon gepreekt vanuit eigen parochie: economen, ziekenhuisdirecteuren, journalisten en, last but not least, politici. Als nieuwe politieke partij nemen wij ook graag deel aan het debat. Het is namelijk hard nodig.

Ons huidige zorgstelsel is bezig te bezwijken; verlamd door bureaucratie, personeelstekorten en een gebrek aan visie op de toekomst. Ondertussen lopen de kosten verder op. Bekend verhaal.

Toen kwam Corona. Het virus legde pijnlijk bloot dat onze gezondheidszorg volstrekt niet was voorbereid op ‘virale calamiteiten’. Gevolg: het land en onze economie liggen op hun gat. Onze medische slagkracht en publieke gezondheidszorg werden overrompeld door het virus. Er lag geen plan klaar, er waren niet genoeg ic-bedden, veel hulpverleners hebben onbeschermd moeten werken en zijn hierdoor zelf besmet geraakt en/of hebben anderen onnodig besmet. Pijnlijk.

Met dank aan het zorgstelsel. Essentie hiervan is namelijk dat de verantwoordelijkheid voor de kosten en organisatie van de gezondheidszorg ligt bij ‘marktpartijen’; private zorgverzekeraars en zorgaanbieders.

Mijn verbazing was dus groot toen premier Rutte op televisie verscheen om bij de verwelkoming van Corona in ons land onmiddellijk de regie over te pakken van deze ‘marktpartijen’. Huh? Ik had eigenlijk de baas van Zorgverzekeraars Nederland op tv verwacht, samen met chef ziekenhuizen, Ad Melkert, met de boodschap; ‘geen paniek mensen, dit is een naar virus, maar wij van de zorgverzekeraars en ziekenhuizen hebben ons dankzij gereguleerde marktwerking de afgelopen jaren uitstekend kunnen voorbereiden. We sterven in de mondkapjes en hebben genoeg beademingsmachines om minimaal de hele Randstad van zuurstof te voorzien. We hebben hierin altijd opgetrokken met de Duitsers, die het ook zo fijn voor elkaar hebben’.

Gereguleerde marktwerking, zo wordt het zorgstelsel genoemd waarvoor we in 2006 hebben gekozen.

Aanleiding om toen tot een stelselwijziging te komen was kort door de bocht: ziekenfondsen deugen niet, de zorgkosten rijzen de pan uit en wachtlijsten zijn te lang. Daarbij kwam nog de breed levende gedachte dat universeel heil ons deel zou zijn als je ‘de markt zijn werk laat doen’.

Maar welke markt dan? Met welke marktpartijen? Graag neem ik deze gelegenheid te baat om het concept ‘marktwerking in de zorg’ wat uit te diepen en begrippen te verhelderen. Ter meerdere eer en glorie van het debat.

Marktwerking, de begrippen.

Even in Jip en Janneke-taal voor de niet economen onder ons; op een ‘markt’ worden diensten en goederen aangeboden. Op die markt zijn zowel ‘consumenten’ als ‘producenten’ actief, die er in vrijheid voor kiezen om producten aan te bieden dan wel af te nemen. Producenten doen hun stinkende best, gedreven door concurrentie met andere producenten, door kwaliteit, kwantiteit en prijsstelling de consument te verleiden tot aankoop. Bovengenoemde uiteenzetting zal iedereen onmiddellijk herkennen uit het dagelijks leven. We beslissen elk moment of we een goedkoop of duur broodje kopen. Veel geld uitgeven voor een nieuwe auto of een tweedehandsje scoren.

Nu even de vertaling naar de zorg. De consument is nu (potentieel) patiënt, u dus lezer. U wilt graag goede zorg kopen maar dat kunt niet, u kunt alleen een polis kopen. Die polis vertelt u waar u zorg (in natura) mag ophalen en waar niet. Als u toch naar een andere (niet gecontracteerde) dokter wilt, moet u zelf betalen of bijbetalen. U kunt ook een restitutiepolis kopen, die is iets duurder, dan mag u naar alle dokters, maar soms moet u toch bijbetalen… Ingewikkeld dus.

Maar het lastigste is dat u op het moment dat u een nieuwe polis wilt kopen voor het komend jaar u meestal niet weet wat voor soort polis u komend jaar nodig hebt. Ok, dat was marktwerking. Nu de zorgmarkten.

De zorgmarkten:

In het huidige stelsel zijn wel drie verschillende ‘zorgmarkten’ gedefinieerd:

1. De zorgverzekeringsmarkt. Burgers zijn wettelijk verplicht een basisverzekering aan te schaffen. Zorgverzekeraars verkopen deze polissen en innen uw premiegeld. Als tegenprestatie kopen zij zorg in bij zorgaanbieders die u mag aanwenden mocht u onverhoopt getroffen worden door ziekte;

2. De zorginkoopmarkt. Met de verzamelde premies kopen zorgverzekeraars zorg in en sluiten contracten met zorgaanbieders;

3. De zorgaanbiedersmarkt. Hier zetten zorgaanbieders hun beste beentje voor door zorg te leveren aan de patiënt, u en ik. Zij behandelen, begeleiden en adviseren u richting een betere gezondheid.

De zorgverzekeringsmarkt:

Als ik in een ondeugende bui ben gebruik ik nog weleens de chat-up line: ‘heb jij nu enig idee waar de vier grote zorgverzekeraars voor staan’? Een afwezige blik wordt doorgaans mijn deel of mensen raken in paniek en beginnen schichtig om zich heen te kijken.

Behalve aan het eind van het jaar, als je wettelijk de mogelijkheid hebt om van zorgverzekeraar te wisselen dan is het even spannend.  Je kunt je dan storten op die bekende grootste vergelijkingssite, die overigens tot 2018 in bezit was van de grootste zorgverzekeraar maar dat terzijde. ‘Zoekt u een zorgpolis? Kom dan maar gewoon bij ons. Wij hebben speciaal voor u allereerst de markt volstrekt ondoorzichtig gemaakt, maar via de website geleiden we u weer netjes naar ons terug’.

Zo zorgzaam is de zorgverzekeringsmarkt.

Ik heb het net al een beetje verklapt, maar ook een leuk gezelschapsspel op een feestje; ‘wie weet 100% zeker of ie een restitutie of naturapolis heeft?’ Stilte.

Tweede vraag, voor die ene smartass die zelfverzekerd zijn vinger had opgestoken; ‘en wat is het verschil?’ Doodse stilte.

Ik ben eenmaal iemand tegengekomen die ze allebei goed had. Inderdaad, die werkte bij een zorgverzekeraar. Kortom, het is geen sexy onderwerp, weinigen snappen hoe het werkt maar het gaat indirect wel over je gezondheid en de zorg die je straks mogelijk nodig hebt.

Van de zorgverzekeringsmarkt wordt niemand blij. De consument begrijpt wanneer ie de zorg nodig heeft maar niet het verband met de polis. Een ‘product’ dat gaat over de meest basale levensvoorwaarde: onze gezondheid.

En keuzes maken over ónze eigen gezondheid moeten we blijkbaar overlaten aan ‘de zorgverzekeraar’? Een immens bedrijf, waar op geen enkele verdieping een dokter is te bekennen!?

De zorgverleningsmarkt:

Er wordt weleens gesuggereerd dat patiënten niet goed kunnen bepalen wie een goede of slechte hulpverlener is. Dat is niet mijn ervaring. Steeds vaker verschijnen patiënten op het spreekuur, voorzien van informatie van het internet, of van vrienden en bekenden, die verstandige en kritische vragen stellen.

Alleen ouderen willen, als je hen een keuze voorlegt, nog weleens zeggen; ‘beslist u maar dokter, u heeft er voor geleerd’. Wat ik hiermee maar wil zeggen: patiënten kunnen wel degelijk een keuze maken door wie of waar zij behandeld willen worden. Ze weten dondersgoed het verschil tussen een goede en minder goede behandelrelatie en bejegening. Of ze serieus worden genomen of niet. Of ze beter worden of niet.

Tevredenheid wordt geuit; direct in de vorm van een compliment of het uit zich in de kwaliteit van de relatie en het feit dat men, bij chronisch klachten, terugkomt, of de hulpverlener aanraadt bij familie en vrienden.

Als mensen ontevreden zijn over hun arts of hulpverlener zijn er, een aantal opties: 1. In gesprek gaan met hulpverlener of organisatie. 2. Het indienen van een klacht en/of 3. Naar een andere hulpverlener/organisatie gaan en hopen dat het daar beter zal gaan. Het lijkt warempel wel een markt.

De zorginkoopmarkt:

Deze markt gaat grotendeels aan de burger voorbij. Toch is het nuttig om enigszins te begrijpen waar het achter de schermen om gaat. Zorgverzekeraars zijn groot, heel groot. Vier partijen hebben 90% van de markt. Om op ooghoogte te kunnen onderhandelen met verzekeraars zijn aanbieders de afgelopen jaren ook als een gek gegroeid. Vandaar minstens vijf managementlagen en te weinig zorgprofessionals aan het roer. Door de omvang van organisaties is er een vinkjescultuur ontstaan; vertrouwen is goed, controle is beter. Daarnaast hebben verzekeraars een wettelijke zorgplicht jegens hun verzekerden en staan dus onder druk elk jaar genoeg zorg in te kopen. Het mag duidelijk zijn dat zij door die jaarlijks terugkerende tijdsdruk, liever met minder dan met meer partijen zakendoen, dat scheelt tijd en werk.

Bijwerking is dat kleinere partijen minder aan bod komen. Laten kleinere partijen (in het bedrijfsleven ook wel bekend als ‘startups’) nu het meeste potentieel hebben voor innovatie en kwaliteitsverbetering. Concurrentie, weet u nog.

‘Tegen marktwerking in de zorg’.

Nu we de markten in vogelvlucht zijn langsgelopen lijkt het moment gekomen even stil te staan bij het debat zelf.

Men laat zich in de media vaak negatief uit over ‘marktwerking in de zorg’. Marktwerking is oorzaak van alle rampspoed en ‘moet weg’.

Ik krijg vaak het idee dat betreffende schrijvers een intense hekel hebben aan alles wat riekt naar een vrije (kapitalistische) markt, maar er steeds niet toe komen om nu eens serieus te gaan sparen voor een enkele reis naar Noord-Korea. Ondernemers zijn mensen die in hun ogen louter ‘geld opstrijken’. Winst wordt ‘weggesluisd’ en verdwijnt ‘in zakken’.

Dat winst in alle organisaties ter wereld een basisvoorwaarde is om te kunnen investeren in innovatie, verbetering van kwaliteit en groei is een no-brainer voor alle markten die je maar kunt bedenken. Maar blijkbaar niet in de zorg.

Conclusie:

Het debat over marktwerking in de zorg ligt open. Wij zullen daar als NLBeter aan deelnemen en het tot prominent onderdeel maken van onze verkiezingscampagne.

Stel je toch eens voor dat we de zorgverzekeringsmarkt helemaal zouden schrappen?

De overheid de eindverantwoordelijkheid helemaal terug zou pakken en samen met gemeenten, via regionale aanbesteding zou gaan sturen op gezondheid in plaats van alleen op kosten?

Dat daarbij de jonge burgers op school al leren over gezond leven, voedsel, preventie en zingeving zodat ze gemakkelijker en natuurlijker de verantwoordelijkheid voor hun eigen gezondheid en die van anderen begrijpen en kunnen toepassen?

En dat ze, als het dan echt nodig is, nog steeds gebruik kunnen maken van de vrije artsenkeuze die nu weer onder vuur ligt. Hoe mooi zou dat zijn?

Ik hoop dat we voor nu het speelveld afdoende hebben gedefinieerd zodat we elkaar in het debat straks beter begrijpen. Als iemand binnen of buiten de Tweede Kamer dan toch nog roept; ‘weg met marktwerking in de zorg!’, dan gaan we het debat aan.

Maar voordat we gepassioneerd onze eigen argumenten afsteken zullen we eerst de vraag stellen: ‘goh, interessant, welke zorgmarkt bedoel je precies?

Wordt vervolgd!