Als de politiek niet naar de dokter gaat, moet de dokter naar de politiek komen

Kunnen we als arts überhaupt een deuk in een pakje boter slaan, vraag ik me steeds vaker af. Moeten we niet échte verantwoordelijkheid gaan nemen als het bijvoorbeeld gaat om de strijd tegen welvaartsziekten? We lijken met elkaar stilzwijgend te accepteren dat de zorgkosten explosief toenemen binnen een uiterst schimmig systeem met toenemende onvrede bij zowel patiënten als hulpverleners

Veel mensen roepen dat we het beste zorgsysteem ter wereld hebben en we zijn ook zeker gezegend als je onze zorg vergelijkt met die van landen zoals Afghanistan of Bangladesh. Toch is deze vergelijking te eenvoudig en hebben wij te maken met een heel ander soort problemen dan brute overlevingskansen en tekorten aan naalden of desinfectans.

De arts van nu doet er vooral het beste aan om zoveel mogelijk dure dbc-minuten (diagnosebehandelingcombinatie) te schrijven binnen de muren van zijn spreekkamer. Alles om het volgende jaar weer goed op de kaart te staan bij de zorgverzekeraar. We hebben toegekeken hoe de beoogde ‘markt’ waardoor alles goed zou komen, helemaal niet is ontstaan en hoe grootschaligheid, kartelvorming en lobbyisme blijkbaar de norm zijn geworden.

Gestagneerde betrokkenheid

Toch is het nog niet zo heel lang geleden dat artsen schouder aan schouder optraden tegen 19de-eeuwse gevaren die de volksgezondheid bedreigden, zoals armoede, slechte werkomstandigheden, kinderarbeid en verontreinigd drinkwater.

Onze maatschappelijke betrokkenheid is gestagneerd en daadwerkelijke verantwoordelijkheid nemen en opstaan tegen maatschappelijke misstanden is tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen, denk aan de strijd van longarts Wanda de Kanter tegen de tabaksindustrie, psychiaters die opkomen voor de privacy van behandelgegevens in de GGZ en huisartsen die zich verzetten tegen overmatige bureaucratische rompslomp.

In een alarmerend krantenbericht trokken artsen aan de bel omdat ze steeds meer peuters en lagere schoolkinderen zien met suikerziekte en te hoge bloeddruk en cholesterol. Kinderen die dus lijden aan grotemensenziekten veroorzaakt door een ongezonde leefstijl.

Machteloos

Toch leiden dit soort onheilspellende berichten niet tot code rood en drastische maatregelen. Hoe komt het toch dat we zo inert zijn geworden en geen echte slagkracht meer hebben? Uit eigen ervaring weet ik dat het agenderen van een misstand in de zorg, zoals bijvoorbeeld wachtlijsten in de GGZ, vooral machteloos makend is. Je schrijft een opiniestuk, vertelt verontwaardigd iets op radio of televisie en als je geluk hebt is er een enthousiaste politicus die er een Kamervraag over wil stellen. Als de kwestie ernstig genoeg lijkt dan wordt er een taskforce in het leven geroepen die vervolgens een rapport moet schrijven waar uiteindelijk weer eindeloos over vergaderd wordt.

Lang verhaal kort: je vraagt je inmiddels af of het eigenlijk wel de bedoeling is dat er concreet iets verandert. Als je de realistische Netflixserie House of Cards hebt gekeken weet je dat de politiek meer bezig is met het behartigen van de belangen van diverse lobby’s dan met het serieus oppakken van haar rol als volksvertegenwoordiger. Het is voor een politicus beter om zo min mogelijk te doen, dan loop je namelijk ook geen risico op fouten en ophef.

Dus stel dat artsen obesitas bij kinderen willen aanpakken dan is het nog maar de vraag of de politiek hierin meegaat, zeker als je bedenkt dat ondernemingen zoals Unilever en Coca-Cola een uiterst sterke lobby hebben in Den Haag.

Pervers systeem

Toch sta ik met een aantal collega’s te popelen om écht iets te kunnen doen aan de maatschappelijke misstanden die onze gezondheid bedreigen. Wij willen bijdragen aan daadwerkelijke verandering: van een pervers systeem dat ziekte beloont naar een systeem dat gezondheid en gezond gedrag juist stimuleert en beloont. Zo’n 45 procent van onze huidige ziektelast is namelijk vermijdbaar door relatief simpele veranderingen in leefstijl en preventie.

Dokters die klaar zijn met kortetermijndenken, scoringsdrift, onvoldoende visie en kennis en willen kantelen naar langetermijndenken met beleid dat tenminste houdbaar is voor onze kinderen en kleinkinderen. Van wantrouwen, fragmentatie en ontzieling naar vertrouwen, verbinding en de menselijke maat.

Zoals Foucault het mooi verwoordde: ‘The first task of the doctor is political: the struggle against disease must begin with a war against bad government’.

Of op z’n Nederlands: als de politiek niet naar de dokter gaat dan moet de dokter naar de politiek komen. Wie weet wordt de zorg dan ook nog eens stukken goedkoper!

Dit artikel was oorspronkelijk te vinden als column in De Volkskrant


Een doorluchtig vakantievisioen

Terwijl ik op een Caribisch strand lag, kon ik het Nederlandse zorgnieuws toch niet negeren. Ondanks de vrolijke ambiance en de pina colada’s werd ik treurig van de eindeloze stroom berichten over wanbeleid en verspilling, mogelijk gemaakt door een systeem dat zich toenemend door de verkeerde prikkels laat sturen. Een kleine bloemlezing: de onrust omtrent BIG II, de kostbare ROM-database die uiteindelijk in de prullenbak verdwijnt, kinderen met volwassen welvaartsaandoeningen – de ellende hield maar niet op.

Het huidige zorgstelsel dateert uit 2006 en heeft ertoe geleid dat de zorgkosten astronomisch zijn opgelopen en niemand de boel meer kan overzien. De patiënt is de regie kwijt en steeds vaker ontevreden. En zorgprofessionals verliezen hun arbeidsvreugde. De beoogde ‘markt’ voor zorgverzekeraars, waardoor alles goed zou komen, is niet ontstaan en grootschaligheid, kartelvorming en lobbyisme zijn blijkbaar de norm geworden.


[blockquote text="Het wordt tijd dat we opstaan om onze verantwoordelijkheid op te pakken" show_quote_icon="yes"]

Op mijn strandstoel neuriede ik onwillekeurig mee met het liedje Bamboleo dat uit de luidspreker schalde. Het kan de hitte, de drank of de combinatie zijn geweest, maar ik begon contouren te zien van een nieuwe beweging die zich inzet voor een Beter Nederland. Dokters die klaar zijn met kortetermijndenken, scoringsdrift, onvoldoende visie en kennis, en graag willen kantelen naar langetermijndenken met beleid dat ten minste houdbaar is voor onze kinderen en kleinkinderen. Van wantrouwen, fragmentatie en ontzieling naar vertrouwen, verbinding en de menselijke maat.

Het wordt tijd dat we opstaan om onze maatschappelijke verantwoordelijkheid op te pakken voor een gezondere samenleving. Anders gezegd, als de politiek niet naar de dokter gaat dan moet de dokter naar de politiek komen.

Er vloog een vliegtuigje over met een wapperend spandoek waarop stond ‘Betere zorg voor minder geld’. Ik knipperde met mijn ogen en overwoog een duik te nemen om weer bij zinnen te komen. Over het water kwam een door licht omringde figuur aanlopen met in zijn handen twee stenen tafelen met de tien geboden van de zorg:

1. Gij zult de menselijke maat altijd centraal stellen
2. Gij zult de vrije artsenkeuze respecteren
3. Gij zult u afzijdig houden van bureaucratie
4. Gij zult u richten op leefstijl en preventie
5. Gij zult zinloze en dure consultancybureaus en andere commerciële partijen zoveel mogelijk weren uit de zorg
6. Gij zult de zorg zoveel mogelijk op lokaal niveau organiseren
7. Gij zult de kwetsbaren in de samenleving als eerste beschermen en uw basiszorg op orde hebben
8. Gij zult de verzekeraar geen winstoogmerk toestaan ten koste van het welzijn van burgers
9. Gij zult dure interventies altijd zorgvuldig afwegen
10. Gij zult managers uitsluitend een ondersteunende rol toebedelen

De hemel was opeens pikzwart en het begon heftig te donderen en te bliksemen. Eenmaal thuis zag ik longarts Wanda de Kanter als Zomergast met haar gepassioneerde oproep om zorgzaam voor elkaar te zijn en de ander niet in de steek te laten: ‘kinderen, ouderen, mensen met dementie en hun mantelzorgers’.

Wij hebben als dokters trouw gezworen aan de plicht om op te staan als het moet: Nederland verdient Beter!

Dit artikel was oorspronkelijk te vinden als column in MedischContact