Ton van Haperen: Onderwijs kan en moet beter

In het jaar 2000 lag het aantal laaggeletterden onder 15-jarigen op ongeveer 10%. Menigeen dacht toen: goed onderwijs brengt ons vanzelf naar het getal nul. In 2020 ligt het percentage laaggeletterdheid echter op 25%. Wat impliceert dat een kwart van 15-jarigen brieven van overheidsdiensten niet begrijpt. Deze deficiëntie is voor het leven.

Bij zo’n dramabericht doet onderwijs even mee in de krantenkolommen. De verklaringen buitelen over elkaar. Maar dan zie ik een reportage van Nieuwsuur over het lerarentekort. Een directeur van een basisschool in een kansarme wijk in Amsterdam staat naast een mevrouw. Zij gaat groep 3 doen. Onbevoegd, de mevrouw gaat misschien nog naar de pabo, voor die bevoegdheid, maar de toelatingstoetsen zijn best moeilijk. Waarom ze dan toch aan groep drie mag lesgeven? Ze is onderwijsassistent, een Mbo-opleiding. Kinderen met een vmbo-basis/kader diploma, zeg maar de vroegere huishoudschool, gaan daar heen. Deze onderwijsassistent gaat kinderen leren lezen. De directeur roept op camera net wat te hard dat hij er alle vertrouwen in heeft. Ten onrechte, maar hij kan moeilijk anders.

Zo vreten de termieten aan de fundamenten van goed onderwijs. De gevolgen zijn voor iedereen zichtbaar. De landenvergelijkende resultaten, verzameld door de OESO, dalen 20 jaar aan een stuk. Onderzoeken naar dat wat op school geleerd is in geschiedenis, burgerschap, rekenen laten allemaal hetzelfde zien; het wordt minder en neemt gênante vormen aan. Kunnen kinderen in groep 8 de werkwoorden nog prima vervoegen, in de derde klas van het voortgezet onderwijs is dat ineens ingewikkeld.

Elk jaar publiceert de onderwijsinspectie De Staat van het Onderwijs. Deze rapportage schetst een inktzwart beeld. Kinderen vinden hun leraren aardig, voelen zich veilig op school, maar gemotiveerd om iets te leren zijn ze amper tot niet. Voldoen en door naar het volgend jaar is de norm. Op deze bewaarschool telt vooral waar je vandaan komt en niet wat je op school leert. Het resultaat is een wonderlijke paradox. Terwijl kinderen minder leren neemt de deelname aan het hoger onderwijs toe, met dank aan het groeiend aantal particuliere huiswerkinstituten.

De daling van het leerrendement van basis- en voortgezet onderwijs is algemeen bekend en niemand schept hier genoegen in. Minder leren staat immers voor welvaartsverlies in de vorm van een lagere verdiencapaciteit en erosie van maatschappelijke cohesie. En dus volgt beleid. De resultaten zijn keer op keer tegengesteld aan de doelstellingen. In 2008, het jaar van de kredietcrisis, het geld is even op, toch maakt de toenmalige minister Plasterk 1 miljard euro vrij ter bestrijding van het kwalitatief lerarentekort. Die 1 miljard moet het opleidingsniveau van leraren doen stijgen. In werkelijkheid daalt het opleidingsniveau vrolijk verder. Overheid en schoolbesturen vinden ook dat leerlingen te weinig verantwoordelijkheid nemen voor hun leerproces. Met individualisering van leertrajecten, ICT en leerpleinen proberen ze daar wat aan te doen. Het resultaat? De Nederlandse leerling is ongemotiveerder en consumptiever dan ooit.

Basis- en voortgezet onderwijs hebben serieuze kwaliteitsproblemen en genomen maatregelen maken alles erger. Precies dat gegeven maakt de sector onbestuurbaar. NLBeter is de partij die slecht bestuur prominent op de agenda zet. Goed is dat.

    


Opinie: Over marktwerking in de zorg - Ronald Mann

Inleiding:

Marktwerking in de zorg; een heerlijk onderwerp om in minimale tijd op maximale polarisatie te zitten; iedereen heeft er een mening over en het uitventen van deze meningen leidt meestal tot heftige emoties. Dóór deze emoties vindt er geen debat meer plaats. Er wordt volop en op hoge toon gepreekt vanuit eigen parochie: economen, ziekenhuisdirecteuren, journalisten en, last but not least, politici. Als nieuwe politieke partij nemen wij ook graag deel aan het debat. Het is namelijk hard nodig.

Ons huidige zorgstelsel is bezig te bezwijken; verlamd door bureaucratie, personeelstekorten en een gebrek aan visie op de toekomst. Ondertussen lopen de kosten verder op. Bekend verhaal.

Toen kwam Corona. Het virus legde pijnlijk bloot dat onze gezondheidszorg volstrekt niet was voorbereid op ‘virale calamiteiten’. Gevolg: het land en onze economie liggen op hun gat. Onze medische slagkracht en publieke gezondheidszorg werden overrompeld door het virus. Er lag geen plan klaar, er waren niet genoeg ic-bedden, veel hulpverleners hebben onbeschermd moeten werken en zijn hierdoor zelf besmet geraakt en/of hebben anderen onnodig besmet. Pijnlijk.

Met dank aan het zorgstelsel. Essentie hiervan is namelijk dat de verantwoordelijkheid voor de kosten en organisatie van de gezondheidszorg ligt bij ‘marktpartijen’; private zorgverzekeraars en zorgaanbieders.

Mijn verbazing was dus groot toen premier Rutte op televisie verscheen om bij de verwelkoming van Corona in ons land onmiddellijk de regie over te pakken van deze ‘marktpartijen’. Huh? Ik had eigenlijk de baas van Zorgverzekeraars Nederland op tv verwacht, samen met chef ziekenhuizen, Ad Melkert, met de boodschap; ‘geen paniek mensen, dit is een naar virus, maar wij van de zorgverzekeraars en ziekenhuizen hebben ons dankzij gereguleerde marktwerking de afgelopen jaren uitstekend kunnen voorbereiden. We sterven in de mondkapjes en hebben genoeg beademingsmachines om minimaal de hele Randstad van zuurstof te voorzien. We hebben hierin altijd opgetrokken met de Duitsers, die het ook zo fijn voor elkaar hebben’.

Gereguleerde marktwerking, zo wordt het zorgstelsel genoemd waarvoor we in 2006 hebben gekozen.

Aanleiding om toen tot een stelselwijziging te komen was kort door de bocht: ziekenfondsen deugen niet, de zorgkosten rijzen de pan uit en wachtlijsten zijn te lang. Daarbij kwam nog de breed levende gedachte dat universeel heil ons deel zou zijn als je ‘de markt zijn werk laat doen’.

Maar welke markt dan? Met welke marktpartijen? Graag neem ik deze gelegenheid te baat om het concept ‘marktwerking in de zorg’ wat uit te diepen en begrippen te verhelderen. Ter meerdere eer en glorie van het debat.

Marktwerking, de begrippen.

Even in Jip en Janneke-taal voor de niet economen onder ons; op een ‘markt’ worden diensten en goederen aangeboden. Op die markt zijn zowel ‘consumenten’ als ‘producenten’ actief, die er in vrijheid voor kiezen om producten aan te bieden dan wel af te nemen. Producenten doen hun stinkende best, gedreven door concurrentie met andere producenten, door kwaliteit, kwantiteit en prijsstelling de consument te verleiden tot aankoop. Bovengenoemde uiteenzetting zal iedereen onmiddellijk herkennen uit het dagelijks leven. We beslissen elk moment of we een goedkoop of duur broodje kopen. Veel geld uitgeven voor een nieuwe auto of een tweedehandsje scoren.

Nu even de vertaling naar de zorg. De consument is nu (potentieel) patiënt, u dus lezer. U wilt graag goede zorg kopen maar dat kunt niet, u kunt alleen een polis kopen. Die polis vertelt u waar u zorg (in natura) mag ophalen en waar niet. Als u toch naar een andere (niet gecontracteerde) dokter wilt, moet u zelf betalen of bijbetalen. U kunt ook een restitutiepolis kopen, die is iets duurder, dan mag u naar alle dokters, maar soms moet u toch bijbetalen… Ingewikkeld dus.

Maar het lastigste is dat u op het moment dat u een nieuwe polis wilt kopen voor het komend jaar u meestal niet weet wat voor soort polis u komend jaar nodig hebt. Ok, dat was marktwerking. Nu de zorgmarkten.

De zorgmarkten:

In het huidige stelsel zijn wel drie verschillende ‘zorgmarkten’ gedefinieerd:

1. De zorgverzekeringsmarkt. Burgers zijn wettelijk verplicht een basisverzekering aan te schaffen. Zorgverzekeraars verkopen deze polissen en innen uw premiegeld. Als tegenprestatie kopen zij zorg in bij zorgaanbieders die u mag aanwenden mocht u onverhoopt getroffen worden door ziekte;

2. De zorginkoopmarkt. Met de verzamelde premies kopen zorgverzekeraars zorg in en sluiten contracten met zorgaanbieders;

3. De zorgaanbiedersmarkt. Hier zetten zorgaanbieders hun beste beentje voor door zorg te leveren aan de patiënt, u en ik. Zij behandelen, begeleiden en adviseren u richting een betere gezondheid.

De zorgverzekeringsmarkt:

Als ik in een ondeugende bui ben gebruik ik nog weleens de chat-up line: ‘heb jij nu enig idee waar de vier grote zorgverzekeraars voor staan’? Een afwezige blik wordt doorgaans mijn deel of mensen raken in paniek en beginnen schichtig om zich heen te kijken.

Behalve aan het eind van het jaar, als je wettelijk de mogelijkheid hebt om van zorgverzekeraar te wisselen dan is het even spannend.  Je kunt je dan storten op die bekende grootste vergelijkingssite, die overigens tot 2018 in bezit was van de grootste zorgverzekeraar maar dat terzijde. ‘Zoekt u een zorgpolis? Kom dan maar gewoon bij ons. Wij hebben speciaal voor u allereerst de markt volstrekt ondoorzichtig gemaakt, maar via de website geleiden we u weer netjes naar ons terug’.

Zo zorgzaam is de zorgverzekeringsmarkt.

Ik heb het net al een beetje verklapt, maar ook een leuk gezelschapsspel op een feestje; ‘wie weet 100% zeker of ie een restitutie of naturapolis heeft?’ Stilte.

Tweede vraag, voor die ene smartass die zelfverzekerd zijn vinger had opgestoken; ‘en wat is het verschil?’ Doodse stilte.

Ik ben eenmaal iemand tegengekomen die ze allebei goed had. Inderdaad, die werkte bij een zorgverzekeraar. Kortom, het is geen sexy onderwerp, weinigen snappen hoe het werkt maar het gaat indirect wel over je gezondheid en de zorg die je straks mogelijk nodig hebt.

Van de zorgverzekeringsmarkt wordt niemand blij. De consument begrijpt wanneer ie de zorg nodig heeft maar niet het verband met de polis. Een ‘product’ dat gaat over de meest basale levensvoorwaarde: onze gezondheid.

En keuzes maken over ónze eigen gezondheid moeten we blijkbaar overlaten aan ‘de zorgverzekeraar’? Een immens bedrijf, waar op geen enkele verdieping een dokter is te bekennen!?

De zorgverleningsmarkt:

Er wordt weleens gesuggereerd dat patiënten niet goed kunnen bepalen wie een goede of slechte hulpverlener is. Dat is niet mijn ervaring. Steeds vaker verschijnen patiënten op het spreekuur, voorzien van informatie van het internet, of van vrienden en bekenden, die verstandige en kritische vragen stellen.

Alleen ouderen willen, als je hen een keuze voorlegt, nog weleens zeggen; ‘beslist u maar dokter, u heeft er voor geleerd’. Wat ik hiermee maar wil zeggen: patiënten kunnen wel degelijk een keuze maken door wie of waar zij behandeld willen worden. Ze weten dondersgoed het verschil tussen een goede en minder goede behandelrelatie en bejegening. Of ze serieus worden genomen of niet. Of ze beter worden of niet.

Tevredenheid wordt geuit; direct in de vorm van een compliment of het uit zich in de kwaliteit van de relatie en het feit dat men, bij chronisch klachten, terugkomt, of de hulpverlener aanraadt bij familie en vrienden.

Als mensen ontevreden zijn over hun arts of hulpverlener zijn er, een aantal opties: 1. In gesprek gaan met hulpverlener of organisatie. 2. Het indienen van een klacht en/of 3. Naar een andere hulpverlener/organisatie gaan en hopen dat het daar beter zal gaan. Het lijkt warempel wel een markt.

De zorginkoopmarkt:

Deze markt gaat grotendeels aan de burger voorbij. Toch is het nuttig om enigszins te begrijpen waar het achter de schermen om gaat. Zorgverzekeraars zijn groot, heel groot. Vier partijen hebben 90% van de markt. Om op ooghoogte te kunnen onderhandelen met verzekeraars zijn aanbieders de afgelopen jaren ook als een gek gegroeid. Vandaar minstens vijf managementlagen en te weinig zorgprofessionals aan het roer. Door de omvang van organisaties is er een vinkjescultuur ontstaan; vertrouwen is goed, controle is beter. Daarnaast hebben verzekeraars een wettelijke zorgplicht jegens hun verzekerden en staan dus onder druk elk jaar genoeg zorg in te kopen. Het mag duidelijk zijn dat zij door die jaarlijks terugkerende tijdsdruk, liever met minder dan met meer partijen zakendoen, dat scheelt tijd en werk.

Bijwerking is dat kleinere partijen minder aan bod komen. Laten kleinere partijen (in het bedrijfsleven ook wel bekend als ‘startups’) nu het meeste potentieel hebben voor innovatie en kwaliteitsverbetering. Concurrentie, weet u nog.

‘Tegen marktwerking in de zorg’.

Nu we de markten in vogelvlucht zijn langsgelopen lijkt het moment gekomen even stil te staan bij het debat zelf.

Men laat zich in de media vaak negatief uit over ‘marktwerking in de zorg’. Marktwerking is oorzaak van alle rampspoed en ‘moet weg’.

Ik krijg vaak het idee dat betreffende schrijvers een intense hekel hebben aan alles wat riekt naar een vrije (kapitalistische) markt, maar er steeds niet toe komen om nu eens serieus te gaan sparen voor een enkele reis naar Noord-Korea. Ondernemers zijn mensen die in hun ogen louter ‘geld opstrijken’. Winst wordt ‘weggesluisd’ en verdwijnt ‘in zakken’.

Dat winst in alle organisaties ter wereld een basisvoorwaarde is om te kunnen investeren in innovatie, verbetering van kwaliteit en groei is een no-brainer voor alle markten die je maar kunt bedenken. Maar blijkbaar niet in de zorg.

Conclusie:

Het debat over marktwerking in de zorg ligt open. Wij zullen daar als NLBeter aan deelnemen en het tot prominent onderdeel maken van onze verkiezingscampagne.

Stel je toch eens voor dat we de zorgverzekeringsmarkt helemaal zouden schrappen?

De overheid de eindverantwoordelijkheid helemaal terug zou pakken en samen met gemeenten, via regionale aanbesteding zou gaan sturen op gezondheid in plaats van alleen op kosten?

Dat daarbij de jonge burgers op school al leren over gezond leven, voedsel, preventie en zingeving zodat ze gemakkelijker en natuurlijker de verantwoordelijkheid voor hun eigen gezondheid en die van anderen begrijpen en kunnen toepassen?

En dat ze, als het dan echt nodig is, nog steeds gebruik kunnen maken van de vrije artsenkeuze die nu weer onder vuur ligt. Hoe mooi zou dat zijn?

Ik hoop dat we voor nu het speelveld afdoende hebben gedefinieerd zodat we elkaar in het debat straks beter begrijpen. Als iemand binnen of buiten de Tweede Kamer dan toch nog roept; ‘weg met marktwerking in de zorg!’, dan gaan we het debat aan.

Maar voordat we gepassioneerd onze eigen argumenten afsteken zullen we eerst de vraag stellen: ‘goh, interessant, welke zorgmarkt bedoel je precies?

Wordt vervolgd!


Opinie: Pleidooi voor Preventie - Janneke Wittekoek

Regelmatig bezoek ik wetenschappelijke bijeenkomsten gericht op het voorkomen van hart en vaatziekten, over preventie, dat is immers mijn passie. 

Zo was ik laats op een groot congres wat geheel in het teken stond van hoge bloeddruk. Het was een bonte mix van huisartsen, internisten, een enkele cardioloog, een apotheker en een ‘verdwaalde’ neuroloog . Maar eigenlijk waren we die dag allemaal bloeddrukspecialisten.

Hart- en vaatziekten voorkomen

De superspecialisaties die zijn ontstaan om hart en- vaatziekten te voorkomen kent geen grenzen; we hebben bloedsuikerspecialisten, cholesterol- dokters, stoppen-met-roken experts en nog veel meer professionals in de hart- en vaatziekten zorgketen.  Het geeft maar weer eens aan hoe ingewikkeld het kan worden als we met al deze experts overeenstemming moeten bereiken over hoe de zorg rondom de patiënt met hart en vaatziekte het beste geregeld moet worden in dit land. En dan hebben we de praktijkondersteuners, de diëtisten en de fysiotherapeuten nog niet eens meegerekend.  

Aantal hoog risicopatiënten groeit

Ik denk al een aantal jaren heel hard met de gevestigde orde mee over hoe we de zorg voor onze hoog risicopatiënten beter kunnen organiseren. Erg belangrijk want het aantal mensen met een hoog risico op hart-en vaatziekten groeit gestaag. Ik zal even een rijtje opsommen, gebaseerd op getallen van het RIVM en de Nederlandse Hartstichting; Op 50-jarige leeftijd in Nederland, rookt 30%, 80% eet ongezond, 50% beweegt te weinig, 60% heeft overgewicht, 20% heeft een hoge bloeddruk,  30% een te hoog cholesterol en elk jaar komen er 65.000 nieuwe diabetespatiënten bij. 

Leefstijlspecialist

Ondanks mijn passie voor preventie heb je daardoor af en toe het gevoel alsof je zwemt in een bad met modder en dan ook nog eens tegen de stroom in. Zou de patiënt niet beter af zijn met  één “leefstijlspecialist”? Een xpert die is opgeleid om de hoog risicopatiënt van A tot Z te begeleiden indien nodig? Continu bijsturen, coachen, managen, meten en wegen.  De hele keten van de hart-en vaat-risicomanagers in handen van een goede daarvoor opgeleide specialist? Een geheel nieuwe specialisatie binnen de medische opleiding i.p.v. ingewikkelde ketens?  

‘Nuttige bemoeizucht’

De oprukkende Westerse “welvaartsziekten” en de daarbij behorende kosten zijn bijna niet meer te overzien.  NLBeter zet hoog op in op het voorkomen van ziekte. Een gezonde leefstijl speelt hierbij een sleutelrol. Dat is eens te meer duidelijk geworden in deze coronacrisis.  In Nederland hebben we een systeem van consultatiebureaus en schoolartsen waarmee onze kinderen tot aan de puberleeftijd redelijk worden gevolgd. Ben je als baby te dik dan moet er een flesje af en een te dikke kleuter krijgt tips van de schoolarts. Maar deze nuttige bemoeizucht stopt zodra de boterhammen van pubers in de prullenbak van de snackbar om de hoek verdwijnen. 

80% hart-en vaatziekten kun je voorkomen

Op de leeftijd waarop zogenoemd risicovol gedrag op de loer ligt is er geen enkele instantie meer die zich bezighoudt met onze hartgezondheid. Wij gaan één keer per jaar naar de tandarts om een gaatje te voorkomen in ons gebit. Dat vinden we heel belangrijk. Een keer per jaar aandacht voor je algehele (hart)gezondheid vinden we gek. Hart -en vaatziekten zijn wereldwijd doodsoorzaak nummer 1. Jaarlijks miljoenen euro’s aan opnamekosten. En dan te bedenken dat we tachtig procent kunnen voorkomen door beter te letten op leefstijl. 

Alle 20-jarigen een risicofactor-scan

Het is best gek dat er in dit huidige zorgstelsel geen enkele vorm van structurele preventie zit voor welvaartsziekten die starten op jonge leeftijd. Wat mij betreft krijgen alle 20-jarigen een risicofactor-scan en een dik boek  met leefstijladviezen. Combineer het meteen tandarts bezoek en zorg dat je getallen op orde blijven. Werk aan gewicht, bloeddruk, en cholesterol. Je lijf is immers je leven.  Dan wordt het pas echt “Health Care” in plaats van “Sick Care”. 

Wat kunnen we doen?

  • Meer gezonde snacks in schoolkantines aanbieden
  • Meer educatie in het (basis) onderwijs over gezonde voeding en gezond gedrag
  • Gezond gedrag belonen en bevorderen “nudging”
  • Tabak verbieden
  • Invoeren suiker/ zouttaks
  • Beperken van reclames voor ongezonde voeding
  • Minder fastfood ketens
  • Versterken van diverse leefstijlaanbieders en zoeken naar krachtenbundeling binnen deze partijen


Opinie: Corona - Esther van Fenema

Terwijl zorgbobo’s en zorgmanagers de afgelopen weken in de file stonden voor de stort waren de echte zorgverleners opeens ‘helden en kanjers’.

Een opsteker voor een zorgsysteem dat steeds meer begon te falen door doorgeschoten marktdenken, voortwoekerende bureaucratie en onvoldoende daadkracht en kennis van zaken op de juiste plek om verantwoorde keuzes te maken.

Gereguleerde marktwerking in de zorg zou vanaf 2006 alles oplossen waardoor de politiek zich kon zich permitteren om jarenlang in slaap te vallen. Door gebrek aan heldere spelregels lopen zorgprofessionals gefrustreerd weg en neemt de kwaliteit van zorg af.

Na jarenlang tevergeefs protest zagen wij eind 2019 nog maar één mogelijkheid om deze teloorgang te stoppen: met NLbeter, naar de Tweede Kamer. Anders gezegd, als de politiek niet naar de dokter gaat dan moet de dokter naar de politiek, want Nederland lijkt inmiddels een patiënt met een chronische aandoening.

Onze missie is een gezonde samenleving met een sterke publieke sector, waarbij kernwaarden zoals vertrouwen, menselijke maat, zorgzaamheid en solidariteit weer de boventoon voeren. Als het gaat om de zorg dan is de zieke patiënt niet langer een verdienmodel, nemen we leefstijl en preventie echt serieus en snijden we drastisch in zinloze bureaucratie.  Tijdens de Corona-crisis zagen we een aantal van onze standpunten plots werkelijkheid worden. 

Werd in het pre-coronatijdperk elke poging tot daadwerkelijke verandering in de kiem gesmoord door bureaucratische rompslomp en talloze commissies of taskforces, nu knipper je drie keer met je ogen en worden noodzakelijke zorgmaatregelen overnacht doorgevoerd.

Het vertrouwen in de zorgprofessional kent sinds de dorpsdokter in de jaren vijftig een ongekend hoogtepunt als je ziet dat virologen en infectiologen het landsbeleid tegenwoordig meebepalen. De professionals staan aan het roer, niet alleen omdat ze naar adem snakkende coronapatiënten kunnen intuberen, maar omdat medische expertise eindelijk serieus wordt genomen.

De coronacrisis toont onmiskenbaar aan hoe belangrijk in het algemeen preventie en leefstijl zijn. Op dit moment de enige manier om de immense dreiging het hoofd te bieden. Het zou mooi zijn als we dit inzicht doorvoeren in de aanpak van welvaartsziekten

Zuchtte de zorg voor Corona onder toenemend personeelstekort en overwoog D66 in januari nog om arbeidsmigranten uit Afrika te laten overkomen, nu wordt gepensioneerd medisch personeel met verlopen registratie ingezet in de strijd om mensenlevens. Blijkbaar zijn de eisen om zorg te mogen verlenen toch flexibeler dan we dachten, als de nood maar hoog genoeg is.

Helaas toont deze crisis ook flagrant aan wat de gevolgen zijn van decennialang amateurisme als het gaat om de zorgsector. Het tekort aan mondkapjes lijkt misschien het gevolg van botte pech maar is op microniveau symbolisch voor het failliet van ons zorgsysteem. 

We kiezen ervoor om de productie van essentiële goederen uit te besteden aan China op grond van uitsluitend economische motieven en laten andere, veel relevantere motieven zoals de volksgezondheid, buiten beschouwing.

Waar dat toe leidt is terug te lezen in een confronterende reconstructie van de Volkskrant ‘Hoog spel in een louche wereld: hoe Nederland faalde in de jacht naar mondkapjes’. Malafide deals, dubieuze contactpersonen, taxichauffeurs en cannabishandelaren met als hoogtepunt van deze wildwestpraktijken een ex-bestuurder van een Turkse voetbalclub die bemiddelt. Te bizar voor woorden als je realiseert dat het gaat om de bescherming van ons zorgpersoneel en kwetsbare groepen in de samenleving.

Onze premier doet het goed als crisismanager, toch is hij verantwoordelijk voor jarenlang beleid waarbij de zorg is uitbesteed aan allerhande marktpartijen. ‘Managers zien buffers als dood kapitaal en in de jacht op bonus en koerswinst is dat een zonde, aldus Ewald Engelen in de Groene Amsterdammer in een poging het mondkapjestekort te verklaren.

Is het een gebrek aan leiderschap, verstand van zaken of allebei dat de eerste doos mondkapjes van eigen bodem pas eind april kon worden overhandigd aan minister Martin van Rijn? Blijkbaar was er onvoldoende politiek leiderschap om in het begin van de crisis de productie van Nederlandse mondkapjes af te dwingen. Of zijn we zodanig verstrikt geraakt in bureaucratie en protocollair denken dat het te lastig is geworden om buiten de gebaande paden en gebruikelijke kaders te denken om ‘onze zorghelden’ fatsoenlijk te beschermen?

De corona-crisis laat zien waar zorgprofessionals toe in staat zijn, maar toont ook aan dat de politiek nalatig is geweest met alle gevolgen van dien.