NLBeter: Nieuwe politieke partij wil zorgstelsel hervormen

Cardioloog Janneke Wittekoek, psychiater Esther van Fenema en longarts Wanda de Kanter zijn de founding mothers van een nieuwe politieke partij: NLBeter. “Het moet helemaal anders.” En: “Schrijf maar op dat we gaan voor 20 zetels”. Ton F. van Dijk sprak met drie dokters, die vastbesloten zijn om een gooi te doen naar de macht. 

Ze zijn alle drie even briljant: Cardioloog Janneke Wittekoek deed twee studies, promoveerde en heeft een eigen medische kliniek. Psychiater Esther van Fenema geldt als een autoriteit in haar vak en is ook nog eens begenadigd violiste. Tenslotte: Longarts Wanda de Kanter, zij groeide door haar strijd tegen de tabaksindustrie uit tot een ware publiekslieveling en werd in Opzij uitgeroepen tot meest invloedrijke vrouw van 2018. Samen met andere professionals in en buiten de zorg – zoals hoogleraar Jan Rotmans en psychiater Ronald Mann, zo vertellen ze – hebben ze nu een ‘politieke beweging’ opgericht. Naam: NLBeter. Doel: meedoen aan de landelijke verkiezingen en het krijgen van ‘macht’ om echt iets te veranderen in de zorg.

Waarom een politieke partij?

Esther: “Wij gaan meedoen aan de Tweede kamerverkiezingen in maart 2021. En dat is niet omdat wij zo dolgraag de politiek in willen. Wij doen als dokters al jarenlang mee aan het debat, maar wij zijn tot de conclusie gekomen dat dit niet voldoende is. Wij hebben misschien wel enige invloed, maar uiteindelijk wordt er in Den Haag niet naar ons geluisterd. En wij zien iedere dag in onze spreekkamers welke gevolgen dat heeft voor mensen, die zorg nodig hebben. En daarom doen wij nu een greep naar de macht om écht dingen te veranderen. Wij moeten wel. We staan in feite met onze rug tegen de muur.”

Wanneer kwam het omslagpunt: dokter zijn is niet genoeg?

Janneke: “Je staat met je voeten in de klei. Je ziet waar het fundamenteel fout gaat in de gezondheidszorg. Het begint wanneer je probeert om binnen de muren van het ziekenhuis iets te veranderen. En zelfs dan loop je tegen het systeem op, waardoor veranderingen veel te langzaam gaan. Het systeem is nu gericht op het onderhouden van de patiënt, maar niet om zieke mensen beter te maken. Dokters worden gestimuleerd om medische handelingen te verrichten, daar worden ze voor beloond. Maar niet om zich echt te verdiepen in mensen. En dat is wel noodzakelijk, want alleen zo kun je allerlei onnodige behandelingen voorkomen. Preventie is essentieel maar krijgt nauwelijks aandacht. Wij worden regelmatig uitgenodigd op het ministerie om mee te praten. Alleen: er verandert niks, er wordt niet geluisterd.”


[blockquote text="Wij worden regelmatig uitgenodigd op het ministerie om mee te praten. Alleen: er verandert niks, er wordt niet geluisterd." show_quote_icon="yes"]

Maar een politieke partij oprichten is niet een alledaagse stap, toch?

Janneke: “Wij zijn alle drie al behoorlijk zichtbaar in de media, maar op een gegeven moment kom je tot de conclusie, dat er meer nodig is om iets te bereiken. En dat betekent in ons geval dat we vanuit de Tweede Kamer of liever nog in de regering willen meebeslissen over hoe het verder moet met de zorg, want zo kan het niet langer. Dagelijks zijn patiënten de dupe van wachtlijsten, te weinig aandacht en onvoldoende handen aan het bed.”

Het gaat jullie dus echt om de macht?

Esther: “Dat is niet een doel op zich, wij zijn als artsen opgeleid om zieke mensen te helpen. Maar wij zien dat wij dit niet meer goed kunnen doen. We staan met de rug tegen de muur. En dan is een politieke partij die met steun van kiezers écht iets wil veranderen, de enige overgebleven optie voor ons. Het systeem faalt, er zijn te veel perverse belangen. En dat moet echt veranderen. Wij kunnen niet anders dan de politiek in gaan. En dat is best dramatisch, ja.”


[blockquote text="Wij kunnen niet anders dan de politiek in gaan. En dat is best dramatisch, ja." show_quote_icon="yes"]

Maar jullie hebben al zoveel invloed…

Wanda: “Ik werd in Opzij een van de meest invloedrijke vrouwen genoemd. Daar heb ik een stuk over geschreven: Invloed, wat heb je eraan? Ik kom best wel veel in Den Haag. En wat ik merk ik twee dingen: In de politiek is alles in het nu, alles wat politici doen gaat over winst in het nu. Als we deze vier jaar maar blijven zitten. Als we maar weer in het kabinet komen. En het andere is: Politici nemen veel te vaak zichzelf als uitgangspunt. Ze zeggen: Ik zie dat niet om me heen, dus is het niet zo. Maar als arts zie ik die problemen van gewone mensen in de zorg wel. Iedere dag weer. En dat kan zo niet langer. Politici leggen werkbezoeken af om te weten wat er speelt, maar ze hebben in geen idee. Eenzaamheid, dementie, de wachtlijsten voor langdurige zorg…”

Is het niet naiëf om te denken dat je dat dan in de politiek wel kunt oplossen?

Wanda: “Misschien, maar wie gaat het dan doen? Er is niemand die echt bereid is het systeem op de schop te nemen. Dus wij moeten dat zelf gaan doen.”

En jullie gaan daarvoor zelf in de Kamer zitten?

Esther: “We hebben het nog niet gehad over de lijst. We zijn nu eerst bezig om ons programma te schrijven, waarin we precies zullen aangeven hoe wij denken dat het anders moet en kan. Daarna zullen we ook beslissen wie er dan in de Kamer gaat zitten, als we voldoende steun krijgen uit de samenleving, wat natuurlijk een voorwaarde is. Maar vergis je niet: wij zijn alle drie bereid om de ultieme stap te zetten en volksvertegenwoordiger te worden. Dit is niet vrijblijvend.”


[blockquote text="Maar vergis je niet: wij zijn alle drie bereid om de ultieme stap te zetten en volksvertegenwoordiger te worden. Dit is niet vrijblijvend." show_quote_icon="yes"]

Het is niet een intellectuele exercitie, jullie gaan er echt voor?

Esther: Ik laat mijn patiënten niet graag in de steek, want er is al een tekort aan psychiaters, maar ja, uiteindelijk, zet ik die stap. En het is belachelijk dat het nodig is.

Wanda: “Als wij de beste mensen zijn om het te doen, dan gaan we in de Kamer zitten. Als het mogelijk is om daar wel iets voor patiënten te bereiken, dan is dat een trieste maar noodzakelijke stap om onze spreekkamers te verruilen voor Het Binnenhof. Maar het gaat in dit stadium niet om ons. We gaan eerst onze programmapunten nu goed uitwerken en daarna presenteren.”

Esther: “We gaan voor twintig zetels, zet dat er maar in.”

Janneke: “Minimaal vijf.”

Wat zijn de drie belangrijkste speerpunten van NLBeter?

Janneke: “De wijze van financiering van de zorg moet volledig op de schop. Nu is het zo dat alleen handelingen worden vergoed, maar er te weinig naar de patiënt als mens wordt gekeken. Er kan bovendien 20 procent worden bezuinigd op managers. Dat levert direct meer handen op aan het bed. Daarnaast is er veel meer aandacht nodig voor preventie, daar moet veel meer in geïnvesteerd worden en verder moet er een eind gemaakt worden aan de situatie dat grote multinationals aan tafel zitten bij het bedenken van beleid. Dus als we over suiker in frisdrank praten dan zit Coca-Cola wat ons betreft niet meer aan tafel, zoals nu het geval is. Bedrijven met veel geld bepalen het beleid en dus verandert er niets.”


[blockquote text="Als we over suiker in frisdrank praten zit Coca-Cola wat ons betreft niet meer aan tafel, zoals nu het geval is. Bedrijven met veel geld bepalen het beleid en dus verandert er niets." show_quote_icon="yes"]

Wanda: “We willen ook een sociale dienstplicht. Er is een acuut probleem dat te vergelijken is met de noodzaak om destijds mensen te verplichten in het leger te gaan. Er zijn heel veel mensen die goede zorg en aandacht nodig hebben, maar die niet of onvoldoende krijgen. Hoe mooi is als iedereen in Nederland een tijdje voor iemand anders zorgt?”

Gedwongen?

Wanda: “Dat is iets waar we goed over na moeten denken. Misschien kun je ook een systeem bedenken op basis van beloning. Maar we hebben elkaar nodig om de gigantische problemen in de zorg op te lossen. Neem bijvoorbeeld eenzaamheid. Dat is een immens probleem, waar nu nauwelijks oog voor is.”

Janneke: “Het kan gewoon allemaal veel beter en soms ook nog op een simpele manier. Ik merk dat in mijn eigen vakgebied, de cardiologie. Door de grote hoeveelheid regels en registratie-eisen zijn dokters vaker bezig met vinkjes zetten dan dat ze met hun patienten bezig zijn. Maar als je eens wat langer met iemand praat en de tijd hebt om beter uit te leggen wat er aan de hand is scheelt dat soms zomaar zes opnames op de eerste hulp, omdat de patiënt onzeker is en de signalen van z’n hart verkeerd interpreteert. “

Politiek is ook oorlog, zijn jullie daar klaar voor?

Janneke: “Ik zie het niet als oorlog. Politiek is een krachtig instrument om dingen te veranderen. Oorlog klinkt als: recht tegenover elkaar…”

Als er niet naar je geluisterd wordt, dan sta je toch recht tegenover de macht?

Esther: “Wij zijn heel strijdbaar als je dat bedoelt. We zijn voorbereid op weerstand. We willen van een systeem dat is gebaseerd op wantrouwen – artsen worden nu vooral gecontroleerd – naar een systeem dat is gebaseerd op vertrouwen. De menselijke maat moet terug. Het geld wordt verdiend door mensen ziek te houden in plaats van ze beter te maken. En dat is pervers.”

Het is niet vrijblijvend?

Wanda: “Ik ben nu zestig en ik kan dit nu doen. Dus het is niet bepaald vrijblijvend. Wij willen echt iets bereiken en zijn bereid de consequenties daarvan de aanvaarden.”


[blockquote text="Het is niet bepaald vrijblijvend. Wij willen echt iets bereiken en zijn bereid de consequenties daarvan de aanvaarden." show_quote_icon="yes"]

Janneke: “Ik zie het als een combinatie. Ik geef leiding aan een kliniek. Ik ben gewend om veel dingen tegelijk te doen. En het is ook essentieel om connectie te houden met de zorg, ook als je in de politiek zit. Dat is misschien wel een voorwaarde.”

Dus ik zit hier met drie strijders, die tot het gaatje gaan?

Wanda: “We gaan dat doen wat nodig is om verandering tot stand te brengen. Maar we blijven natuurlijk altijd dokter. En dat is ook precies de combinatie die nodig is. Uitgangspunt is verder: de juiste man of vrouw op de juiste plek. Het gaat niet om ons. We vormen een beweging. Dat is nog belangrijker dan wie wat gaat doen. Ik wil wel kwijt, dat ik geen premier wil worden. Dat zou ik niet kunnen. Maar verder sluit ik niets uit.”

Minister De Kanter van Volksgezondheid?
Wanda: “Het is nu het ministerie van Ziekte. Het heeft niets met gezond blijven te maken, wat er nu op VWS gebeurt. Van de opbrengsten van de tabaksaccijnzen, die gigantisch zijn, gaat maar 0.3 procent naar tabakspreventie. Dat is een schande en heeft niets met volksgezondheid te maken. Er is veel te weinig aandacht voor primaire preventie, terwijl daar wel de oplossing ligt. Dus als ik minister moet worden om dat te veranderen, ja, dan doe ik dat.”

 

Dit artikel was oorspronkelijk te vinden in HP/De Tijd


Een brandend verlangen naar zorgzaamheid

Afgelopen weken bood de wereld weer ruimhartig het toneel aan demonstraties, acties en protesten over zaken zoals klimaat, milieu, zorg of gewoon meer inspraak, zoals de gele hesjes graag willen. Van opstandige aanhangers van klimaatbeweging Extinction Rebellion, via boze boeren als het gaat om stikstofbeleid tot een oproep met #regelhet aan gezondheidsminister De Jonge om overmatige bureaucratie aan te pakken. Tijdens World Mental Health Day tekenden mensen een zwarte cirkel op hun hand om ervoor te zorgen dat hun psychisch lijden gezien zou worden via #ikbenopen.

Kortom, er is onvrede, we voelen ons bedreigd en zoeken erkenning. We willen dolgraag wat doen zodat we weer controle ervaren in plaats van die onverdraaglijke machteloosheid.

Elk nuchter denkend mens beseft dat de kans minimaal is dat de symboliek van het onbehagen tot concrete verandering leidt, maar toch zijn we er gevoelig voor.

Historicus Yuval Noah Harari is er duidelijk over als hij stelt dat bijna alles wat we doen en laten gebaseerd is op denkbeeldige verhalen. In zijn boek Homo Deus schetst hij de ontwikkeling van de jager-verzamelaarswereld waarin elk individu werd gedwongen om na te denken over concrete zaken als roofdieren en prooien, naar de huidige samenleving. Ons denken wordt vooral bepaald door abstracte ideeën zoals geld, wereldmachten en bedrijven. Volgens Harari is het geloof in een gemeenschappelijk verhaal de absolute basis voor alle grootschalige menselijke samenwerking. Maar hebben wij überhaupt nog wel een gemeenschappelijk verhaal en zo ja, kennen we het?

#hoedan

Als je een individuele demonstrant of actievoerder vraagt wat er aan de hand is en vooral wat hij of zij denkt te bereiken, dan is het antwoord meestal  nietszeggend en vaag: dit moet anders en dat moet beter. ‘Het gaat niet goed met het klimaat en er moet nú iets gebeuren’, ‘de burgers moeten meer inspraak krijgen en dus moet de politiek veranderen’. Kortom, iedereen wil Bolletje.

De enige hashtag die mij tegenwoordig nog kan prikkelen is #hoedan, want we slagen er niet in om ons onbestemde gevoel te vertalen naar de echte, tastbare wereld.

Ik denk weemoedig terug aan Pietje Bell of de lotgevallen van een ondeugenden jongen. Als Bell de criminele praktijken van krantenmagnaat Stark ontdekt, gelooft de politie hem niet. Hij richt vervolgens de Bende van de Zwarte Hand op om te zorgen dat Stark alsnog achter de tralies belandt.

Pietje Bell toont ons dat je niet machteloos hoeft te staan bij misstanden, maar dat er een concreet handelingsperspectief mogelijk is, mits je weet wat er niet deugt.

Vertroebeld verhaal

Ons verhaal is zo vertroebeld geraakt dat we het niet meer herkennen maar toch aan ons water voelen dat ‘something is rotten’.

Dat actievoeren gaat niet zozeer over klimaat of politiek, maar eigenlijk over ons brandende verlangen naar zorgzaamheid. Of het nou gaat om de planeet de zorg voor elkaar of de zorg van de elite voor de gewone man. We voelen ons verwaarloosd en niet gezien en daar gingen we als kind toch ook van schreeuwen en stampvoeten?

Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw gaat ons verhaal vooral over het verwerven van zoveel mogelijk vrijheid. Dat heeft ons uiteraard veel gebracht maar maakt tegelijkertijd kwetsbaar. Vrijheid kent een optimum en te veel vrijheid leidt vroeg of laat tot verwaarlozing.

Het feit dat longarts Wanda de Kanter hemel en aarde moet bewegen om dat vermaledijde roken aan banden te leggen valt op: blijkbaar leven we in een tijd waarin we accepteren dat een dodelijk product toch binnen ons verhaal moet passen.

Kantelingen

In een therapie stellen patiënten vaak de volgende vraag als ze meer inzicht hebben vergaard in hun binnenwereld: ‘Allemaal leuk en aardig dat ik nu besef dat ik niet goed voor mezelf zorg, maar wat doe ik eraan?’

Kantelingen kunnen al beginnen bij een scherp gestelde diagnose; veranderingen die zachtjes ontkiemen als tuinkers op een knullig schoteltje.

Als je door je oogharen naar het huidige tijdsgewricht kijkt dan zie je van onderaf een bijzonder positieve beweging ontstaan. Mensen die het gebrek aan verbondenheid en zorgzaamheid niet meer verdragen en elkaar (digitaal) de hand reiken om samen op te kunnen staan.

Ik voorspel dat de partij die het nieuwe verhaal over zorgzaamheid kan vertellen hoge ogen gooit bij de verkiezingen van maart 2021.

Dit artikel was oorspronkelijk te vinden als column in De Volkskrant


De rookvrije zone

Even voorstellen: Wanda de Kanter (1959) is longarts en nu ruim zes jaar werkzaam in het oncologisch ziekenhuis Antoni van Leeuwenhoek (AVL) te Amsterdam. Door actief te vechten tegen de tabaksindustrie probeert zij te bevorderen dat de jeugd een rookvrije toekomst krijgt. ‘Elke dag beginnen in Nederland 75 kinderen met roken, stelt zij. Dat is volgens haar de schuld en verantwoordelijkheid van de overheid. ‘Die moet ervoor zorgen dat kinderen niet verslaafd raken.’ Onlangs verscheen van Wanda de Kanter en haar collega-longarts Pauline Dekker het boek ‘Niet roken maar koken’.

 

Eenzaamheid, tijd voor een mensenleger?

‘Weet jij eigenlijk wel wat de echte doodsoorzaak nummer 1 is?’ vraagt mijn boomlange vriend, volleyballer en gouden medaillewinnaar op de Olympische Spelen, Bas van de Goor.

Hij heeft diabetes én is directeur van de Bas van de Goor Foundation, die als missie heeft om de kwaliteit van leven voor mensen met diabetes te verhogen door middel van sport. We komen elkaar regelmatig tegen op congressen over (en in) de zorg.

Hij zal toch niet eenzaamheid bedoelen? Ja hoor, dat bedoelt hij wèl, net heeft hij het gehoord op een groot congres over de zorg…

Dagelijks kom ik in de spreekkamer, in de kranten en op televisie mensen tegen die eenzaam zijn. Ik zoek vaak naar de oorzaak van hun eenzaamheid. Het kunnen kinderen zijn die gepest worden, die het thuis ellendig hebben in een vechtscheiding. Het kunnen mensen zijn met een persoonlijkheidsstoornis, die door hun aanleg een fikse bijsluiter nodig hebben, omdat zij met de hele wereld ruzie maken, en heel weinig kunnen reflecteren op hun eigen functioneren.

Of het zijn patiënten met een ernstige ziekte, zoals kanker. Die door hun ziekte hun werk en hun sociale netwerk zijn kwijt geraakt. Die in armoede leven en geen geld hebben voor sociale activiteiten. Die geen auto meer mogen of kunnen rijden en hun kinderen ver weg slechts mondjesmaat kunnen bezoeken.

Het zijn weduwes en weduwnaars, die hun partner vroegtijdig zijn verloren aan een groot infarct, beroerte of een andere ziekte. Of het zijn oudere mensen die een zo ernstig long- of hartfalen hebben, dat zij puur door fysieke belemmeringen de deur niet meer uitkunnen en vereenzamen. Kennissen die niet kunnen bevatten dat zij door hun ziekte hun trap niet meer op kunnen. En het hen door onbegrip kwalijk nemen. Mensen die hun eigen stem soms dagen niet horen…

Er zijn velen die zich eenzaam voelen, omdat zij door blindheid op latere leeftijd niet meer kunnen lezen, computeren of tv kijken. Of door doofheid geen gesprekken meer kunnen voeren.

Vanzelfsprekend zijn er ook bizarre politieke keuzes gemaakt in het vorige kabinet: om ouderen langer alleen thuis te laten blijven en vele tehuizen te sluiten. Met maar één doel: bezuinigen. Waardoor de ‘eerste hulpen’ en ziekenhuizen nu overvol liggen met mensen die te lang thuis moesten blijven… eenzaam, of in ieder geval alleen. Door de psychische hulp voor kinderen geheel anders te organiseren, waardoor de wachtlijsten in de GGz opliepen tot een half jaar. Jongeren met een depressie die eenzaam in hun bed liggen. Wachtend op de psychiater.

Ook armoede is een belangrijke oorzaak van eenzaamheid. De kloof tussen laag en hoog opgeleid in gezonde levensjaren neemt nog steeds toe.

Er zijn heel veel onderliggende oorzaken voor het ‘containerbegrip’ eenzaamheid. Als we dit niet erkennen zal er geen oplossing komen. Kijk naar de achterliggende oorzaken om er in ieder geval voor te zorgen dat er in de toekomst minder eenzaamheid zal zijn.

Containerbegrippen leiden af van oplossingen. Niemand zal er tegen zijn dat je ‘eenzaamheid’ wilt aanpakken. De oorzaken die daartoe hebben geleid, zijn een stuk weerbarstiger.

Voorkomen van eenzaamheid is een langdurig proces. Ter overbrugging is een sociaal leger te overwegen: iedereen vanaf 18 jaar gaat bijvoorbeeld verspreid in de komende twintig jaar gedurende 12 maanden vrijwilligerswerk doen – wat het beste bij je past.

Van het bezoeken van mensen die alleen thuis zijn achtergebleven tot het begeleiden als buddy van patiënten naar het ziekenhuis. Tot het aanleren van de Nederlandse taal, tot het samen bezoeken van evenementen. We hebben ooit een mannenleger gehad, misschien is het nu tijd voor een mensenleger…

 

Dit artikel was oorspronkelijk te vinden als column in Meerovermedich.nl


Als de politiek niet naar de dokter gaat, moet de dokter naar de politiek komen

Kunnen we als arts überhaupt een deuk in een pakje boter slaan, vraag ik me steeds vaker af. Moeten we niet échte verantwoordelijkheid gaan nemen als het bijvoorbeeld gaat om de strijd tegen welvaartsziekten? We lijken met elkaar stilzwijgend te accepteren dat de zorgkosten explosief toenemen binnen een uiterst schimmig systeem met toenemende onvrede bij zowel patiënten als hulpverleners

Veel mensen roepen dat we het beste zorgsysteem ter wereld hebben en we zijn ook zeker gezegend als je onze zorg vergelijkt met die van landen zoals Afghanistan of Bangladesh. Toch is deze vergelijking te eenvoudig en hebben wij te maken met een heel ander soort problemen dan brute overlevingskansen en tekorten aan naalden of desinfectans.

De arts van nu doet er vooral het beste aan om zoveel mogelijk dure dbc-minuten (diagnosebehandelingcombinatie) te schrijven binnen de muren van zijn spreekkamer. Alles om het volgende jaar weer goed op de kaart te staan bij de zorgverzekeraar. We hebben toegekeken hoe de beoogde ‘markt’ waardoor alles goed zou komen, helemaal niet is ontstaan en hoe grootschaligheid, kartelvorming en lobbyisme blijkbaar de norm zijn geworden.

Gestagneerde betrokkenheid

Toch is het nog niet zo heel lang geleden dat artsen schouder aan schouder optraden tegen 19de-eeuwse gevaren die de volksgezondheid bedreigden, zoals armoede, slechte werkomstandigheden, kinderarbeid en verontreinigd drinkwater.

Onze maatschappelijke betrokkenheid is gestagneerd en daadwerkelijke verantwoordelijkheid nemen en opstaan tegen maatschappelijke misstanden is tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen, denk aan de strijd van longarts Wanda de Kanter tegen de tabaksindustrie, psychiaters die opkomen voor de privacy van behandelgegevens in de GGZ en huisartsen die zich verzetten tegen overmatige bureaucratische rompslomp.

In een alarmerend krantenbericht trokken artsen aan de bel omdat ze steeds meer peuters en lagere schoolkinderen zien met suikerziekte en te hoge bloeddruk en cholesterol. Kinderen die dus lijden aan grotemensenziekten veroorzaakt door een ongezonde leefstijl.

Machteloos

Toch leiden dit soort onheilspellende berichten niet tot code rood en drastische maatregelen. Hoe komt het toch dat we zo inert zijn geworden en geen echte slagkracht meer hebben? Uit eigen ervaring weet ik dat het agenderen van een misstand in de zorg, zoals bijvoorbeeld wachtlijsten in de GGZ, vooral machteloos makend is. Je schrijft een opiniestuk, vertelt verontwaardigd iets op radio of televisie en als je geluk hebt is er een enthousiaste politicus die er een Kamervraag over wil stellen. Als de kwestie ernstig genoeg lijkt dan wordt er een taskforce in het leven geroepen die vervolgens een rapport moet schrijven waar uiteindelijk weer eindeloos over vergaderd wordt.

Lang verhaal kort: je vraagt je inmiddels af of het eigenlijk wel de bedoeling is dat er concreet iets verandert. Als je de realistische Netflixserie House of Cards hebt gekeken weet je dat de politiek meer bezig is met het behartigen van de belangen van diverse lobby’s dan met het serieus oppakken van haar rol als volksvertegenwoordiger. Het is voor een politicus beter om zo min mogelijk te doen, dan loop je namelijk ook geen risico op fouten en ophef.

Dus stel dat artsen obesitas bij kinderen willen aanpakken dan is het nog maar de vraag of de politiek hierin meegaat, zeker als je bedenkt dat ondernemingen zoals Unilever en Coca-Cola een uiterst sterke lobby hebben in Den Haag.

Pervers systeem

Toch sta ik met een aantal collega’s te popelen om écht iets te kunnen doen aan de maatschappelijke misstanden die onze gezondheid bedreigen. Wij willen bijdragen aan daadwerkelijke verandering: van een pervers systeem dat ziekte beloont naar een systeem dat gezondheid en gezond gedrag juist stimuleert en beloont. Zo’n 45 procent van onze huidige ziektelast is namelijk vermijdbaar door relatief simpele veranderingen in leefstijl en preventie.

Dokters die klaar zijn met kortetermijndenken, scoringsdrift, onvoldoende visie en kennis en willen kantelen naar langetermijndenken met beleid dat tenminste houdbaar is voor onze kinderen en kleinkinderen. Van wantrouwen, fragmentatie en ontzieling naar vertrouwen, verbinding en de menselijke maat.

Zoals Foucault het mooi verwoordde: ‘The first task of the doctor is political: the struggle against disease must begin with a war against bad government’.

Of op z’n Nederlands: als de politiek niet naar de dokter gaat dan moet de dokter naar de politiek komen. Wie weet wordt de zorg dan ook nog eens stukken goedkoper!

Dit artikel was oorspronkelijk te vinden als column in De Volkskrant


Een doorluchtig vakantievisioen

Terwijl ik op een Caribisch strand lag, kon ik het Nederlandse zorgnieuws toch niet negeren. Ondanks de vrolijke ambiance en de pina colada’s werd ik treurig van de eindeloze stroom berichten over wanbeleid en verspilling, mogelijk gemaakt door een systeem dat zich toenemend door de verkeerde prikkels laat sturen. Een kleine bloemlezing: de onrust omtrent BIG II, de kostbare ROM-database die uiteindelijk in de prullenbak verdwijnt, kinderen met volwassen welvaartsaandoeningen – de ellende hield maar niet op.

Het huidige zorgstelsel dateert uit 2006 en heeft ertoe geleid dat de zorgkosten astronomisch zijn opgelopen en niemand de boel meer kan overzien. De patiënt is de regie kwijt en steeds vaker ontevreden. En zorgprofessionals verliezen hun arbeidsvreugde. De beoogde ‘markt’ voor zorgverzekeraars, waardoor alles goed zou komen, is niet ontstaan en grootschaligheid, kartelvorming en lobbyisme zijn blijkbaar de norm geworden.


[blockquote text="Het wordt tijd dat we opstaan om onze verantwoordelijkheid op te pakken" show_quote_icon="yes"]

Op mijn strandstoel neuriede ik onwillekeurig mee met het liedje Bamboleo dat uit de luidspreker schalde. Het kan de hitte, de drank of de combinatie zijn geweest, maar ik begon contouren te zien van een nieuwe beweging die zich inzet voor een Beter Nederland. Dokters die klaar zijn met kortetermijndenken, scoringsdrift, onvoldoende visie en kennis, en graag willen kantelen naar langetermijndenken met beleid dat ten minste houdbaar is voor onze kinderen en kleinkinderen. Van wantrouwen, fragmentatie en ontzieling naar vertrouwen, verbinding en de menselijke maat.

Het wordt tijd dat we opstaan om onze maatschappelijke verantwoordelijkheid op te pakken voor een gezondere samenleving. Anders gezegd, als de politiek niet naar de dokter gaat dan moet de dokter naar de politiek komen.

Er vloog een vliegtuigje over met een wapperend spandoek waarop stond ‘Betere zorg voor minder geld’. Ik knipperde met mijn ogen en overwoog een duik te nemen om weer bij zinnen te komen. Over het water kwam een door licht omringde figuur aanlopen met in zijn handen twee stenen tafelen met de tien geboden van de zorg:

1. Gij zult de menselijke maat altijd centraal stellen
2. Gij zult de vrije artsenkeuze respecteren
3. Gij zult u afzijdig houden van bureaucratie
4. Gij zult u richten op leefstijl en preventie
5. Gij zult zinloze en dure consultancybureaus en andere commerciële partijen zoveel mogelijk weren uit de zorg
6. Gij zult de zorg zoveel mogelijk op lokaal niveau organiseren
7. Gij zult de kwetsbaren in de samenleving als eerste beschermen en uw basiszorg op orde hebben
8. Gij zult de verzekeraar geen winstoogmerk toestaan ten koste van het welzijn van burgers
9. Gij zult dure interventies altijd zorgvuldig afwegen
10. Gij zult managers uitsluitend een ondersteunende rol toebedelen

De hemel was opeens pikzwart en het begon heftig te donderen en te bliksemen. Eenmaal thuis zag ik longarts Wanda de Kanter als Zomergast met haar gepassioneerde oproep om zorgzaam voor elkaar te zijn en de ander niet in de steek te laten: ‘kinderen, ouderen, mensen met dementie en hun mantelzorgers’.

Wij hebben als dokters trouw gezworen aan de plicht om op te staan als het moet: Nederland verdient Beter!

Dit artikel was oorspronkelijk te vinden als column in MedischContact


Sociaal leger of een robot voor oma?

De dienstplicht is afgeschaft omdat het beroepsleger groot genoeg is. Maar wordt het geen tijd om de militaire dienstplicht te vervangen door een sociale dienstplicht? De gemiddelde leeftijd in Nederland neemt toe en mede door het feit dat er vrijwel niets aan primaire preventie van de grote oorzaken van ziekte wordt gedaan neemt ook het aantal chronisch zieken hand over hand toe.

Ook steeds meer oudere mensen leven alleen na een scheiding of het vroegtijdig overlijden van een partner. Zij hebben vaak lichamelijke beperkingen, slechtziendheid en/of doofheid, wat weer kan bijdragen aan vereenzaming. Zij zijn hun rijbewijs kwijt geraakt, hebben een slechte conditie of zijn anderszins immobiel.

Door onder andere enorme bezuinigingen zijn er te weinig mensen die deze groep ouderen kan bezoeken. De wachtlijsten voor de verpleeghuizen zijn lang. Veel ouders hebben maar een of twee kinderen. Een deel van de ouders heeft geen contact meer met hun kind. Veel kinderen kunnen niet optreden als mantelzorger. Zij hebben het al druk genoeg om hun eigen gezin, relatie en baan te combineren.

Tegelijkertijd hebben we in Nederland een groot integratieprobleem wat zeker een positieve impuls zou kunnen krijgen als iedere ‘gast’ de Nederlandse taal zou beheersen. Asielzoekerscentra zitten vol met mensen die getraumatiseerd zijn en zich daarbij ook nog kapot vervelen.

Sociale dienstplicht
Als we nu eens de sociale dienstplicht zouden invoeren met aandacht voor de grote hiaten en uitdagingen in de veranderende individualistische samenleving? Het is een regelmatig terugkerend politiek thema. Van de LPF tot het CDA. Van links tot rechts, vanuit humanistische of religieuze overwegingen.

Soms is dat vanuit de gedachte dat jongeren opgevoed zouden moeten worden. Soms met het idee de integratie van werkelozen te bevorderen. Maar als je het invoert vanuit pure noodzaak? Omdat er een gigantische behoefte bestaat aan mensen die anderen bij de hand nemen, mee uit wandelen nemen, voorlezen, uit de vergetelheid wegrukken.

Wil niet bijna iedereen ertoe doen? Wie herkent niet het gevoel van machteloosheid als hij naar de zinkende bootjes kijkt, de vluchtelingen in kampen ziet.Wie wordt er niet verdrietig als verpleeghuizen niet genoeg handen aan bed hebben zodat je vader, moeder, oma of opa daar maar alleen in zijn luier ligt. Of als je moeder aan de andere kant van het land schor aan de telefoon klinkt omdat zij haar stem al een week niet heeft gebruikt.

Is e-Health hier de oplossing voor? Ik kan en wil me daar eigenlijk niets bij voorstellen. Het is surrogaat. Een armoedige oplossing. Een Tamagotchi voor opa? Een robot die mama wast? De menselijke maat is toch onvervangbaar?

Voor- en tegenstanders
Er zijn voorstanders en tegenstanders: iemand verplicht stellen deel te nemen aan de samenleving maakt hen toch geen goede verzorgers? Natuurlijk zal elk individu zijn onderwerp moeten kunnen kiezen en zal er een mate van matching moeten zijn.

Onze kinderen, de toekomst, worden steeds ouder. Een aantal van hen gaat na hun middelbare school een jaartje werken en dan reizen voordat zij aan een opleiding beginnen. Is er met al die extra jaren in het vooruitzicht niet wat ruimte om iedereen te laten participeren in onze samenleving?

Als neveneffect zullen jonge mensen vluchtelingen ontmoeten en leren hoe een ander te helpen. Dat is geen doel op zich, maar het zijn wel ervaringen die je je leven lang meeneemt. En als jij midden in je drukke leven geen tijd hebt regelmatig naar het verpleeghuis van je vader te gaan zou het dan geen geruststellende gedachte zijn dat een ander dat doet?

Sociaal leger
Er zijn vele bezwaren te bedenken. De enorme organisatie, de financiering, de planning en het verplichte karakter van de werkzaamheden. Maar de militaire dienstplicht was mogelijk. Nu is er een andere en zeer grote behoefte aan zorg en aandacht voor velen die de maatschappij uit balans brengt.

Zolang dit sociale leger geen beroepskrachten verdringt, maar minimale extra zorg kan bieden, kan niemand daarop tegen zijn. Moeten niet alle gezondheidswerkers zich keihard gaan maken voor een sociale dienstplicht? Betere kwaliteit voor jong en oud en eenieder draagt wat bij aan de participatiemaatschappij. Omdat het moet. Zodat we niet meer afhankelijk zijn van het toeval van een paar vrijwilligers.

Wanda de Kanter is longarts in het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam en tevens voorzitter van de Stichting Rookpreventie Jeugd.

 

Dit artikel was oorspronkelijk te vinden als column in Medzineapp