Opinie: Over marktwerking in de zorg - Ronald Mann

Inleiding:

Marktwerking in de zorg; een heerlijk onderwerp om in minimale tijd op maximale polarisatie te zitten; iedereen heeft er een mening over en het uitventen van deze meningen leidt meestal tot heftige emoties. Dóór deze emoties vindt er geen debat meer plaats. Er wordt volop en op hoge toon gepreekt vanuit eigen parochie: economen, ziekenhuisdirecteuren, journalisten en, last but not least, politici. Als nieuwe politieke partij nemen wij ook graag deel aan het debat. Het is namelijk hard nodig.

Ons huidige zorgstelsel is bezig te bezwijken; verlamd door bureaucratie, personeelstekorten en een gebrek aan visie op de toekomst. Ondertussen lopen de kosten verder op. Bekend verhaal.

Toen kwam Corona. Het virus legde pijnlijk bloot dat onze gezondheidszorg volstrekt niet was voorbereid op ‘virale calamiteiten’. Gevolg: het land en onze economie liggen op hun gat. Onze medische slagkracht en publieke gezondheidszorg werden overrompeld door het virus. Er lag geen plan klaar, er waren niet genoeg ic-bedden, veel hulpverleners hebben onbeschermd moeten werken en zijn hierdoor zelf besmet geraakt en/of hebben anderen onnodig besmet. Pijnlijk.

Met dank aan het zorgstelsel. Essentie hiervan is namelijk dat de verantwoordelijkheid voor de kosten en organisatie van de gezondheidszorg ligt bij ‘marktpartijen’; private zorgverzekeraars en zorgaanbieders.

Mijn verbazing was dus groot toen premier Rutte op televisie verscheen om bij de verwelkoming van Corona in ons land onmiddellijk de regie over te pakken van deze ‘marktpartijen’. Huh? Ik had eigenlijk de baas van Zorgverzekeraars Nederland op tv verwacht, samen met chef ziekenhuizen, Ad Melkert, met de boodschap; ‘geen paniek mensen, dit is een naar virus, maar wij van de zorgverzekeraars en ziekenhuizen hebben ons dankzij gereguleerde marktwerking de afgelopen jaren uitstekend kunnen voorbereiden. We sterven in de mondkapjes en hebben genoeg beademingsmachines om minimaal de hele Randstad van zuurstof te voorzien. We hebben hierin altijd opgetrokken met de Duitsers, die het ook zo fijn voor elkaar hebben’.

Gereguleerde marktwerking, zo wordt het zorgstelsel genoemd waarvoor we in 2006 hebben gekozen.

Aanleiding om toen tot een stelselwijziging te komen was kort door de bocht: ziekenfondsen deugen niet, de zorgkosten rijzen de pan uit en wachtlijsten zijn te lang. Daarbij kwam nog de breed levende gedachte dat universeel heil ons deel zou zijn als je ‘de markt zijn werk laat doen’.

Maar welke markt dan? Met welke marktpartijen? Graag neem ik deze gelegenheid te baat om het concept ‘marktwerking in de zorg’ wat uit te diepen en begrippen te verhelderen. Ter meerdere eer en glorie van het debat.

Marktwerking, de begrippen.

Even in Jip en Janneke-taal voor de niet economen onder ons; op een ‘markt’ worden diensten en goederen aangeboden. Op die markt zijn zowel ‘consumenten’ als ‘producenten’ actief, die er in vrijheid voor kiezen om producten aan te bieden dan wel af te nemen. Producenten doen hun stinkende best, gedreven door concurrentie met andere producenten, door kwaliteit, kwantiteit en prijsstelling de consument te verleiden tot aankoop. Bovengenoemde uiteenzetting zal iedereen onmiddellijk herkennen uit het dagelijks leven. We beslissen elk moment of we een goedkoop of duur broodje kopen. Veel geld uitgeven voor een nieuwe auto of een tweedehandsje scoren.

Nu even de vertaling naar de zorg. De consument is nu (potentieel) patiënt, u dus lezer. U wilt graag goede zorg kopen maar dat kunt niet, u kunt alleen een polis kopen. Die polis vertelt u waar u zorg (in natura) mag ophalen en waar niet. Als u toch naar een andere (niet gecontracteerde) dokter wilt, moet u zelf betalen of bijbetalen. U kunt ook een restitutiepolis kopen, die is iets duurder, dan mag u naar alle dokters, maar soms moet u toch bijbetalen… Ingewikkeld dus.

Maar het lastigste is dat u op het moment dat u een nieuwe polis wilt kopen voor het komend jaar u meestal niet weet wat voor soort polis u komend jaar nodig hebt. Ok, dat was marktwerking. Nu de zorgmarkten.

De zorgmarkten:

In het huidige stelsel zijn wel drie verschillende ‘zorgmarkten’ gedefinieerd:

1. De zorgverzekeringsmarkt. Burgers zijn wettelijk verplicht een basisverzekering aan te schaffen. Zorgverzekeraars verkopen deze polissen en innen uw premiegeld. Als tegenprestatie kopen zij zorg in bij zorgaanbieders die u mag aanwenden mocht u onverhoopt getroffen worden door ziekte;

2. De zorginkoopmarkt. Met de verzamelde premies kopen zorgverzekeraars zorg in en sluiten contracten met zorgaanbieders;

3. De zorgaanbiedersmarkt. Hier zetten zorgaanbieders hun beste beentje voor door zorg te leveren aan de patiënt, u en ik. Zij behandelen, begeleiden en adviseren u richting een betere gezondheid.

De zorgverzekeringsmarkt:

Als ik in een ondeugende bui ben gebruik ik nog weleens de chat-up line: ‘heb jij nu enig idee waar de vier grote zorgverzekeraars voor staan’? Een afwezige blik wordt doorgaans mijn deel of mensen raken in paniek en beginnen schichtig om zich heen te kijken.

Behalve aan het eind van het jaar, als je wettelijk de mogelijkheid hebt om van zorgverzekeraar te wisselen dan is het even spannend.  Je kunt je dan storten op die bekende grootste vergelijkingssite, die overigens tot 2018 in bezit was van de grootste zorgverzekeraar maar dat terzijde. ‘Zoekt u een zorgpolis? Kom dan maar gewoon bij ons. Wij hebben speciaal voor u allereerst de markt volstrekt ondoorzichtig gemaakt, maar via de website geleiden we u weer netjes naar ons terug’.

Zo zorgzaam is de zorgverzekeringsmarkt.

Ik heb het net al een beetje verklapt, maar ook een leuk gezelschapsspel op een feestje; ‘wie weet 100% zeker of ie een restitutie of naturapolis heeft?’ Stilte.

Tweede vraag, voor die ene smartass die zelfverzekerd zijn vinger had opgestoken; ‘en wat is het verschil?’ Doodse stilte.

Ik ben eenmaal iemand tegengekomen die ze allebei goed had. Inderdaad, die werkte bij een zorgverzekeraar. Kortom, het is geen sexy onderwerp, weinigen snappen hoe het werkt maar het gaat indirect wel over je gezondheid en de zorg die je straks mogelijk nodig hebt.

Van de zorgverzekeringsmarkt wordt niemand blij. De consument begrijpt wanneer ie de zorg nodig heeft maar niet het verband met de polis. Een ‘product’ dat gaat over de meest basale levensvoorwaarde: onze gezondheid.

En keuzes maken over ónze eigen gezondheid moeten we blijkbaar overlaten aan ‘de zorgverzekeraar’? Een immens bedrijf, waar op geen enkele verdieping een dokter is te bekennen!?

De zorgverleningsmarkt:

Er wordt weleens gesuggereerd dat patiënten niet goed kunnen bepalen wie een goede of slechte hulpverlener is. Dat is niet mijn ervaring. Steeds vaker verschijnen patiënten op het spreekuur, voorzien van informatie van het internet, of van vrienden en bekenden, die verstandige en kritische vragen stellen.

Alleen ouderen willen, als je hen een keuze voorlegt, nog weleens zeggen; ‘beslist u maar dokter, u heeft er voor geleerd’. Wat ik hiermee maar wil zeggen: patiënten kunnen wel degelijk een keuze maken door wie of waar zij behandeld willen worden. Ze weten dondersgoed het verschil tussen een goede en minder goede behandelrelatie en bejegening. Of ze serieus worden genomen of niet. Of ze beter worden of niet.

Tevredenheid wordt geuit; direct in de vorm van een compliment of het uit zich in de kwaliteit van de relatie en het feit dat men, bij chronisch klachten, terugkomt, of de hulpverlener aanraadt bij familie en vrienden.

Als mensen ontevreden zijn over hun arts of hulpverlener zijn er, een aantal opties: 1. In gesprek gaan met hulpverlener of organisatie. 2. Het indienen van een klacht en/of 3. Naar een andere hulpverlener/organisatie gaan en hopen dat het daar beter zal gaan. Het lijkt warempel wel een markt.

De zorginkoopmarkt:

Deze markt gaat grotendeels aan de burger voorbij. Toch is het nuttig om enigszins te begrijpen waar het achter de schermen om gaat. Zorgverzekeraars zijn groot, heel groot. Vier partijen hebben 90% van de markt. Om op ooghoogte te kunnen onderhandelen met verzekeraars zijn aanbieders de afgelopen jaren ook als een gek gegroeid. Vandaar minstens vijf managementlagen en te weinig zorgprofessionals aan het roer. Door de omvang van organisaties is er een vinkjescultuur ontstaan; vertrouwen is goed, controle is beter. Daarnaast hebben verzekeraars een wettelijke zorgplicht jegens hun verzekerden en staan dus onder druk elk jaar genoeg zorg in te kopen. Het mag duidelijk zijn dat zij door die jaarlijks terugkerende tijdsdruk, liever met minder dan met meer partijen zakendoen, dat scheelt tijd en werk.

Bijwerking is dat kleinere partijen minder aan bod komen. Laten kleinere partijen (in het bedrijfsleven ook wel bekend als ‘startups’) nu het meeste potentieel hebben voor innovatie en kwaliteitsverbetering. Concurrentie, weet u nog.

‘Tegen marktwerking in de zorg’.

Nu we de markten in vogelvlucht zijn langsgelopen lijkt het moment gekomen even stil te staan bij het debat zelf.

Men laat zich in de media vaak negatief uit over ‘marktwerking in de zorg’. Marktwerking is oorzaak van alle rampspoed en ‘moet weg’.

Ik krijg vaak het idee dat betreffende schrijvers een intense hekel hebben aan alles wat riekt naar een vrije (kapitalistische) markt, maar er steeds niet toe komen om nu eens serieus te gaan sparen voor een enkele reis naar Noord-Korea. Ondernemers zijn mensen die in hun ogen louter ‘geld opstrijken’. Winst wordt ‘weggesluisd’ en verdwijnt ‘in zakken’.

Dat winst in alle organisaties ter wereld een basisvoorwaarde is om te kunnen investeren in innovatie, verbetering van kwaliteit en groei is een no-brainer voor alle markten die je maar kunt bedenken. Maar blijkbaar niet in de zorg.

Conclusie:

Het debat over marktwerking in de zorg ligt open. Wij zullen daar als NLBeter aan deelnemen en het tot prominent onderdeel maken van onze verkiezingscampagne.

Stel je toch eens voor dat we de zorgverzekeringsmarkt helemaal zouden schrappen?

De overheid de eindverantwoordelijkheid helemaal terug zou pakken en samen met gemeenten, via regionale aanbesteding zou gaan sturen op gezondheid in plaats van alleen op kosten?

Dat daarbij de jonge burgers op school al leren over gezond leven, voedsel, preventie en zingeving zodat ze gemakkelijker en natuurlijker de verantwoordelijkheid voor hun eigen gezondheid en die van anderen begrijpen en kunnen toepassen?

En dat ze, als het dan echt nodig is, nog steeds gebruik kunnen maken van de vrije artsenkeuze die nu weer onder vuur ligt. Hoe mooi zou dat zijn?

Ik hoop dat we voor nu het speelveld afdoende hebben gedefinieerd zodat we elkaar in het debat straks beter begrijpen. Als iemand binnen of buiten de Tweede Kamer dan toch nog roept; ‘weg met marktwerking in de zorg!’, dan gaan we het debat aan.

Maar voordat we gepassioneerd onze eigen argumenten afsteken zullen we eerst de vraag stellen: ‘goh, interessant, welke zorgmarkt bedoel je precies?

Wordt vervolgd!


Paul van Liempt interviewt Esther van Fenema


Opinie: Pleidooi voor Preventie - Janneke Wittekoek

Regelmatig bezoek ik wetenschappelijke bijeenkomsten gericht op het voorkomen van hart en vaatziekten, over preventie, dat is immers mijn passie. 

Zo was ik laats op een groot congres wat geheel in het teken stond van hoge bloeddruk. Het was een bonte mix van huisartsen, internisten, een enkele cardioloog, een apotheker en een ‘verdwaalde’ neuroloog . Maar eigenlijk waren we die dag allemaal bloeddrukspecialisten.

Hart- en vaatziekten voorkomen

De superspecialisaties die zijn ontstaan om hart en- vaatziekten te voorkomen kent geen grenzen; we hebben bloedsuikerspecialisten, cholesterol- dokters, stoppen-met-roken experts en nog veel meer professionals in de hart- en vaatziekten zorgketen.  Het geeft maar weer eens aan hoe ingewikkeld het kan worden als we met al deze experts overeenstemming moeten bereiken over hoe de zorg rondom de patiënt met hart en vaatziekte het beste geregeld moet worden in dit land. En dan hebben we de praktijkondersteuners, de diëtisten en de fysiotherapeuten nog niet eens meegerekend.  

Aantal hoog risicopatiënten groeit

Ik denk al een aantal jaren heel hard met de gevestigde orde mee over hoe we de zorg voor onze hoog risicopatiënten beter kunnen organiseren. Erg belangrijk want het aantal mensen met een hoog risico op hart-en vaatziekten groeit gestaag. Ik zal even een rijtje opsommen, gebaseerd op getallen van het RIVM en de Nederlandse Hartstichting; Op 50-jarige leeftijd in Nederland, rookt 30%, 80% eet ongezond, 50% beweegt te weinig, 60% heeft overgewicht, 20% heeft een hoge bloeddruk,  30% een te hoog cholesterol en elk jaar komen er 65.000 nieuwe diabetespatiënten bij. 

Leefstijlspecialist

Ondanks mijn passie voor preventie heb je daardoor af en toe het gevoel alsof je zwemt in een bad met modder en dan ook nog eens tegen de stroom in. Zou de patiënt niet beter af zijn met  één “leefstijlspecialist”? Een xpert die is opgeleid om de hoog risicopatiënt van A tot Z te begeleiden indien nodig? Continu bijsturen, coachen, managen, meten en wegen.  De hele keten van de hart-en vaat-risicomanagers in handen van een goede daarvoor opgeleide specialist? Een geheel nieuwe specialisatie binnen de medische opleiding i.p.v. ingewikkelde ketens?  

‘Nuttige bemoeizucht’

De oprukkende Westerse “welvaartsziekten” en de daarbij behorende kosten zijn bijna niet meer te overzien.  NLBeter zet hoog op in op het voorkomen van ziekte. Een gezonde leefstijl speelt hierbij een sleutelrol. Dat is eens te meer duidelijk geworden in deze coronacrisis.  In Nederland hebben we een systeem van consultatiebureaus en schoolartsen waarmee onze kinderen tot aan de puberleeftijd redelijk worden gevolgd. Ben je als baby te dik dan moet er een flesje af en een te dikke kleuter krijgt tips van de schoolarts. Maar deze nuttige bemoeizucht stopt zodra de boterhammen van pubers in de prullenbak van de snackbar om de hoek verdwijnen. 

80% hart-en vaatziekten kun je voorkomen

Op de leeftijd waarop zogenoemd risicovol gedrag op de loer ligt is er geen enkele instantie meer die zich bezighoudt met onze hartgezondheid. Wij gaan één keer per jaar naar de tandarts om een gaatje te voorkomen in ons gebit. Dat vinden we heel belangrijk. Een keer per jaar aandacht voor je algehele (hart)gezondheid vinden we gek. Hart -en vaatziekten zijn wereldwijd doodsoorzaak nummer 1. Jaarlijks miljoenen euro’s aan opnamekosten. En dan te bedenken dat we tachtig procent kunnen voorkomen door beter te letten op leefstijl. 

Alle 20-jarigen een risicofactor-scan

Het is best gek dat er in dit huidige zorgstelsel geen enkele vorm van structurele preventie zit voor welvaartsziekten die starten op jonge leeftijd. Wat mij betreft krijgen alle 20-jarigen een risicofactor-scan en een dik boek  met leefstijladviezen. Combineer het meteen tandarts bezoek en zorg dat je getallen op orde blijven. Werk aan gewicht, bloeddruk, en cholesterol. Je lijf is immers je leven.  Dan wordt het pas echt “Health Care” in plaats van “Sick Care”. 

Wat kunnen we doen?

  • Meer gezonde snacks in schoolkantines aanbieden
  • Meer educatie in het (basis) onderwijs over gezonde voeding en gezond gedrag
  • Gezond gedrag belonen en bevorderen “nudging”
  • Tabak verbieden
  • Invoeren suiker/ zouttaks
  • Beperken van reclames voor ongezonde voeding
  • Minder fastfood ketens
  • Versterken van diverse leefstijlaanbieders en zoeken naar krachtenbundeling binnen deze partijen


Opinie: Corona - Esther van Fenema

Terwijl zorgbobo’s en zorgmanagers de afgelopen weken in de file stonden voor de stort waren de echte zorgverleners opeens ‘helden en kanjers’.

Een opsteker voor een zorgsysteem dat steeds meer begon te falen door doorgeschoten marktdenken, voortwoekerende bureaucratie en onvoldoende daadkracht en kennis van zaken op de juiste plek om verantwoorde keuzes te maken.

Gereguleerde marktwerking in de zorg zou vanaf 2006 alles oplossen waardoor de politiek zich kon zich permitteren om jarenlang in slaap te vallen. Door gebrek aan heldere spelregels lopen zorgprofessionals gefrustreerd weg en neemt de kwaliteit van zorg af.

Na jarenlang tevergeefs protest zagen wij eind 2019 nog maar één mogelijkheid om deze teloorgang te stoppen: met NLbeter, naar de Tweede Kamer. Anders gezegd, als de politiek niet naar de dokter gaat dan moet de dokter naar de politiek, want Nederland lijkt inmiddels een patiënt met een chronische aandoening.

Onze missie is een gezonde samenleving met een sterke publieke sector, waarbij kernwaarden zoals vertrouwen, menselijke maat, zorgzaamheid en solidariteit weer de boventoon voeren. Als het gaat om de zorg dan is de zieke patiënt niet langer een verdienmodel, nemen we leefstijl en preventie echt serieus en snijden we drastisch in zinloze bureaucratie.   Tijdens de Corona-crisis zagen we een aantal van onze standpunten plots werkelijkheid worden. 

Werd in het pre-coronatijdperk elke poging tot daadwerkelijke verandering in de kiem gesmoord door bureaucratische rompslomp en talloze commissies of taskforces, nu knipper je drie keer met je ogen en worden noodzakelijke zorgmaatregelen overnacht doorgevoerd.

Het vertrouwen in de zorgprofessional kent sinds de dorpsdokter in de jaren vijftig een ongekend hoogtepunt als je ziet dat virologen en infectiologen het landsbeleid tegenwoordige meebepalen. De professionals staan aan het roer, niet alleen omdat ze naar adem snakkende coronapatiënten kunnen intuberen, maar omdat medische expertise eindelijk serieus wordt genomen.

De coronacrisis toont onmiskenbaar aan hoe belangrijk in het algemeen preventie en leefstijl zijn. Op dit moment de enige manier om de immense dreiging het hoofd te bieden. Het zou mooi zijn als we dit inzicht doorvoeren in de aanpak van welvaartsziekten

Zuchtte de zorg voor Corona onder toenemend personeelstekort en overwoog D66 in januari nog om arbeidsmigranten uit Afrika te laten overkomen, nu wordt gepensioneerd medisch personeel verlopen registratie ingezet in de strijd om mensenlevens. Blijkbaar zijn de eisen om zorg te mogen verlenen toch flexibeler dan we dachten, als de nood maar hoog genoeg is.

Helaas toont deze crisis ook flagrant aan wat de gevolgen zijn van decennialang amateurisme als het gaat om de zorgsector. Het tekort aan mondkapjes lijkt misschien het gevolg van botte pech maar is op microniveau symbolisch voor het failliet van ons zorgsysteem. 

We kiezen ervoor om de productie van essentiële goederen uit te besteden aan China op grond van uitsluitend economische motieven en laten andere, veel relevantere motieven zoals de volksgezondheid, buiten beschouwing.

Waar dat toe leidt is terug te lezen in een confronterende reconstructie van de Volkskrant ‘Hoog spel in een louche wereld: hoe Nederland faalde in de jacht naar mondkapjes’. Malafide deals, dubieuze contactpersonen, taxichauffeurs en cannabishandelaren met als hoogtepunt van deze wildwestpraktijken een ex-bestuurder van een Turkse voetbalclub die bemiddelt. Te bizar voor woorden als je realiseert dat het gaat om de bescherming van ons zorgpersoneel en kwetsbare groepen in de samenleving.

Onze premier doet het goed als crisismanager, toch is hij verantwoordelijk voor jarenlang beleid waarbij de zorg is uitbesteed aan allerhande marktpartijen. ‘Managers zien buffers als dood kapitaal en in de jacht op bonus en koerswinst is dat een zonde, aldus Ewald Engelen in de Groene Amsterdammer in een poging het mondkapjestekort te verklaren.

Is het een gebrek aan leiderschap, verstand van zaken of allebei dat de eerste doos mondkapjes van eigen bodem pas eind april kon worden overhandigd aan minister Martin van Rijn? Blijkbaar was er onvoldoende politiek leiderschap om in het begin van de crisis de productie van Nederlandse mondkapjes af te dwingen. Of zijn we zodanig verstrikt geraakt in bureaucratie en protocollair denken dat het te lastig is geworden om buiten de gebaande paden en gebruikelijke kaders te denken om ‘onze zorghelden’ fatsoenlijk te beschermen?

De corona-crisis laat zien waar zorgprofessionals toe in staat zijn, maar toont ook aan dat de politiek nalatig is geweest met alle gevolgen van dien.

 


Opinie (Telegraaf): Zorgveteranen na crisis binnenboord houden - Janneke Wittekoek

Nu het er op aankomt, staan duizenden zorgveteranen paraat om levens te redden. Een belangrijk gegeven, ook voor ná de crisis vindt Janneke Wittekoek. “We moeten onze uiterste best gaan doen om ze voor de zorg te behouden. Migranten uit Afrika halen is dan niet nodig”.

Bekijk hier het artikel:De Telegraaf


De frontlinie tegen Corona

Door Corona zullen Huisartsenpraktijken, HAP’s, SEH’s en IC’s zich de komende weken/maanden ontwikkelen tot ‘warzones’

Medisch experts, dokters, verpleegkundigen gaan de frontlinie vormen tegen Corona.

Zij zullen alles geven, ook buiten normale werktijden..

Zij stellen hun eigen gezondheid en sociale leven in de waagschaal, om patienten te helpen.

We willen iedereen een hart onder de riem steken die geconfronteerd wordt met Corona: patienten, naasten en hulpverleners.

Namens NLBeter,
Esther van Fenema
Janneke Wittekoek
Ronald Mann


Opinie (Volkskrant): Echt met elkaar communiceren tijdens Kerst - Esther van Fenema

De Hema heeft tegenwoordig de rubriek ‘foute kerstkleding’, met als ondertitel ‘voor het hele gezin’. In Rotterdam diende D66’er Robin de Roon de motie in om een foute-kersttruiendag in te voeren. Het lijkt alsof we ons niet goed raad meer weten met het traditionele familiefeest en het vervolgens dan maar ridiculiseren. Symboliek zonder inhoud maakt blijkbaar balorig, alles beter dan de confrontatie met de leegte van nu.

Kerst was ooit bedoeld om samen de pas in te houden en te verbinden met elkaar en dat wat ons overstijgt. Om samen te verstillen heb je gemeenschappelijke verhalen nodig, maar die zijn verbleekt door de armoedige hunkering naar vooruitgang en perfectionering.

Of zoals de Vlaamse psycholoog Paul Verhaeghe het verwoordt: ‘Alles moet altijd blijven groeien: de economie moet groeien, wij moeten groeien. Er is een soort collectieve waanzin om steeds meer, harder en beter te doen.’ Het gevolg is dat we opbranden, overprikkeld raken en vereenzamen.

Wanhopig

NRC kopte recent: ‘Psychiaters zijn nu supersterren, wat zegt dat over onze tijd?’ Het geeft alleen maar aan hoe wanhopig we zijn geworden en hoe we als dolende junks iedereen aanklampen die ons eventueel iets kan bieden.

Als consument willen we misschien meer, harder en beter, maar als mens willen we vooral gehoord en gezien worden. Nog meer likes op sociale media? Of iemand die echt naar je luistert en even een hand op je arm legt als je moet slikken en vochtige ogen krijgt omdat je het moeilijk hebt?

‘It’s the economy, stupid’ heeft ons decennialang op het verkeerde paard laten wedden en vooral de verkoop van antidepressiva en zelfhulpboeken tot ongekende hoogtes opgestuwd. Het ligt in de aard van het kapitalisme dat alles wat we waardevol of van betekenis achten, ondergeschikt is aan wat winstgevend is, zegt de Zweedse filosoof Martin Hägglund.

Als alles een economisch doel moet dienen, dan lijken fundamentele vragen zoals ‘hoe kan ik zinvol bijdragen aan de samenleving’ haast irrelevant geworden. Wanneer je bijvoorbeeld vrije tijd niet ziet als de tijd die overblijft na je werk, waarin je kunt doen waar je toevallig zin in hebt, maar als een waardevol goed dat je kunt besteden aan het bouwen van waardevolle publieke instituties die het algemeen belang dienen, dan creëer je volgens Hägglund een totaal andere samenleving.

Zingeving

Tijd om te ontwaken uit de begoocheling die insinueert dat we vooral consumenten zijn en daarmee feitelijk elkaars concurrenten.

It’s the people, stupid! is het nieuwe verhaal waarin we met zorgzaamheid en vertrouwen onze eenzaamheid kunnen verbinden. Onmeetbare uitkomstmaten waar hedendaagse grootgrutters waarschijnlijk geen cent aan verdienen.

In de aanloop naar Kerst houden we ons bezig met vragen als ‘wat eten we’ en ‘gaan we op Eerste Kerstdag naar jou of naar mijn ouders?’ Laten we dit jaar een wezenlijker vraag met elkaar voorbereiden: waar gaan we over praten met Kerst? Klagen we over zaken zoals de arts die Henks’ longontsteking heeft gemist, over inhalige politici die te veel wachtgeld of reiskosten opstrijken of steken we elkaar de loef af met dure auto’s en verre vakanties?

Als we dan toch urenlang met elkaar om tafel zitten met een rollade (of pastinaak als hippe vegan-variant), waarom niet proberen om eens echt met elkaar te communiceren? Ik durf te wedden dat we met een groter gevoel van zingeving naar huis gaan en minder risico lopen op de klassieke kerstconflicten.

Woorden vinden

Als psychiater zie ik veel mensen worstelen om woorden te vinden voor datgene wat er in hun binnenwereld omgaat. Zeker als er negatieve gevoelens zoals schaamte of onzekerheid meespelen. Zoals de ouders van een suïcidale jongeman, die mij vertelden dat ze al dagenlang bang waren om hun zoon thuis dood door ophanging aan te treffen. Ze waren blijkbaar niet in staat om hem simpelweg te vragen hoe hij zich voelde. ‘We durfden het niet omdat we niet wisten hoe we het moesten vragen en we waren bang voor zijn antwoord.’

Mijn suggestie voor deze Kerst is om zo na het voorgerecht een rondje te doen: wat ging er goed en wat ging er minder goed het afgelopen jaar? Hoe kunnen wij er komend jaar voor je zijn? Wat heb jij van mij nodig? En dan maar gewoon proberen te luisteren en verdragen.

Dit artikel was oorspronkelijk te vinden op De Volkskrant

 


De zorg is slechts het vertrekpunt voor NLBeter - Ronald Mann

De nieuwe politieke partij NLBeter is opgezet door zorgprofessionals en zorg heeft ook een belangrijke plaats in het programma van de partij. Maar NLBeter een one issue partij noemen is beslist onterecht, stelt initiatiefnemer Ronald Mann. Het kernthema is duurzaamheid.

Nee, NLBeter is geen one issue partij die zich alleen bekommert over gezondheidszorg, stelt initiatiefnemer Ronald Mann. Zorg, onderwijs, politie en justitie zitten allemaal in hetzelfde schuitje. En het vraagt om een radicale maatschappelijke en economische verandering om daar uit te komen en de weg vrij te maken voor een duurzame toekomst van de publieke zaak.

Verpleegkundigen en patiënten reageerden het meest positief op het nieuws van 8 november over de komst van de nieuwe politiek partij NLBeter. Veel huisartsen zeiden het idee heel goed te vinden, maar maanden wel: maak er ook echt werk van. Psychiaters reageerden behoudend. Ander medische disciplines vroegen: wat is jullie programma? “Mijn antwoord daarop is: wil je meedenken?”, zegt psychiater Ronald Mann. Samen met collega Esther van Fenema is hij de bedenker van de partij. En dat naast de bovenvermelde reacties ook een aantal mensen terughoudend of zelfs negatief reageerden op de aankondiging ervan, begrijpt hij wel. “Er is veel ‘ja maar’, zegt hij. “Mensen vragen zich bijvoorbeeld af of wij als dokters niet beter gewoon kunnen blijven dokteren, of waarom we ons niet gewoon aansluiten bij een bestaande politieke partij. Of dat we een one-issue partij zijn. Dat zijn we niet. Gezondheidszorg is zeker een kernthema, maar we praten ook met politie, justitie, advocaten en andere partijen. Iedereen die zich bezig houdt met de publieke zaak dus En bovendien: als je tot een ander maatschappelijk en economisch perspectief wilt komen – en dat willen we – is gezondheidszorg wel een belangrijk thema. Maar onderwijs ook, want je moet op de basisschool beginnen. Ons kernthema is dan ook niet gezondheidszorg maar duurzaamheid.”

Het systeem zit vast

 

Dit verdient uitleg. Mann geeft die graag en neemt daar de ruimte voor. “Ik ben opgeleid in Engeland”, begint hij, “in de tijd van de privatisering onder Margaret Thatcher. Omdat ik interesse had in management mocht ik meelopen met de CEO van het ziekenhuis. Terug in Nederland startte ik in de psychiatrie, maar maakte ik in de tijd van de fusiegolf de stap naar duaal management. Daarvan leerde ik hoe het niet moet in de zorg: grootschalig. Ik was de enige in het managementteam die nog patiënten zag.” Mann stapte eruit, ging verder als vrijgevestigd psychiater en werkte daarnaast als interim psychiater. Samen met collega Nico Moleman zette hij MoleMann Mental Health op. “Kleinschalig en met hoogopgeleid personeel”, zegt hij. “Met terugwerkende kracht was MoleMann een politiek statement tegen de grootschaligheid. Maar het in 2006 van kracht geworden zorgstelsel hield verdere groei tegen, want we kregen van de zorgverzekeraars niet meer budget, Inmiddels, dertien jaar later, zit het systeem vast. De markt functioneert niet als markt, we zijn op weg naar een totalitaire zorgstaat met aanbieders die too big to fail zijn. En alle politieke partijen benoemen vanuit hun eigen gelederen mensen in functies binnen de zorg. Mensen die goede dingen voor hun partij hebben gedaan, maar de zorg is een behoorlijk ingewikkelde wereld.”
Mann zegt dat deze beschrijving nodig is als achtergrond om duidelijk te maken waarom hij niet anders kán dan de politiek in gaan. “We zijn voor een systeemkanteling”, zegt hij. “En daarmee bedoel ik veel meer dan alleen het zorgstelsel, want er zijn belangrijke parallellen tussen zorg, onderwijs en sociaal domein. Ze zitten allemaal met hetzelfde probleem: iedereen die erin werkt, is 35 procent van zijn tijd bezig met andere dingen dan zijn eigenlijke werk. Er is sprake van een enorm verlies aan waardevolle tijd in de omgang met ict. Ga eens na wat een besparing het zou opleveren als iedereen op wie dit betrekking heeft twintig procent extra van zijn werktijd zou kunnen besteden aan zijn eigenlijke werk. Dat scheelt handen aan het bed, docenten voor de klas, aandacht voor mensen in de samenleving die dit nodig hebben. Vertaald naar de zorg: meer tijd voor de patiënt en op het totale zorgbudget een besparing van twaalf miljard euro. Kan dat? Ja, maar het huidige systeem is in diepste zin een controlesysteem dat zichzelf in stand houdt. We kunnen geen kant meer op in de zorg en voor het onderwijs geldt precies hetzelfde. Nu 500 miljoen euro erbij voor onderwijs klinkt mooi, maar de leraren willen terecht een structurele verbetering. Politiek is gericht op de korte termijn, maar alle issues waar ze over gaat, vragen om lange termijn oplossingen.”

 

Uitdagen

 

De kern is dus, stelt Mann, dat de professional onvoldoende kan doen waarvoor hij is opgeleid. En hij benadrukt nogmaals dat dit niet alleen voor zorgprofessionals geldt, maar net zo goed oor politieagenten, juristen en leerkrachten.
Mann zegt dat NLBeter de politiek in brede zin wil uitdagen. “Natuurlijk zullen wij ook met slogans komen”, zegt hij, “maar dan willen we wel zeker weten dat de inhoud achter die slogans klopt en dat we met die inhoud de vertaling maken van de korte naar de lange termijn. We gaan hierbij niet uit van wat wij zelf als partijgenoten denken, we willen komen tot permanente experttafels die ons voeden. Tot eind 2019 focussen we nog op zorgtafels maar vervolgens gaan we ook tafels organiseren over onderwerpen als onderwijs, justitie, politie en veiligheid. Onze stille hoop is dan ook dat het huidige kabinet de rit uitzit, want dat geeft ons de tijd om met een volledig programma te komen. Dankzij die tafels zal dit programma dynamisch zijn. Als iemand iets roept en wij krijgen de vraag ‘Hoe dan?”, dan moet ons antwoord gebaseerd zijn op een breed gedragen wetenschappelijk verantwoorde basis.”

 

Weg uit de polder

 

Het is volgens NLBeter onontkoombaar te stoppen met polderen. Mann: “Mogelijk moeten we zelfs een heel nieuw economisch model ontwikkelen. We zijn een kennisland, maar we maken lang niet optimaal gebruik van de mogelijkheden om dat optimaal te exporteren.”
Mann zegt niet terug te schrikken voor een radicale maatschappelijke en economische omslag, die ervoor zorgt dat we helemaal anders met onze samenleving omgaan. “Daarom benadrukte ik aan het begin van ons gesprek ook het belang van beginnen op de basisschool”, zegt hij. “Daar kun je kinderen een verantwoord perspectief bieden op zaken die een bijdrage leveren aan duurzaamheid, door ze te leren over essentiële thema’s als voeding, tabaks- en suikerconsumptie, preventie, lifestyle en de vleesindustrie. Het gaat om bewustwording en bewustwording begint met onderwijs. Het is dé weg om een tegenwicht te bieden tegen het nepotisme. Daarom willen we ook burgertafels gaan organiseren over de onderwerpen die we belangrijk vinden. Als je met mensen praat, zet je ze aan tot nadenken. Daarbij vind ik het heerlijk als mensen het met mij oneens zijn. In discussies hoeven we niet vriendelijk te zijn, in de Tweede Kamer ook niet, we zijn bereid er met gestrekt been in te gaan. Ik weet ook nog niet zo net of we bereid zijn compromissen te sluiten. We zijn niet alleen een politieke partij, maar ook een beweging. Ik neem het woord volksvertegenwoordiger heel serieus. In Engeland wordt daar op een heel waardevolle manier invulling aan gegeven. Je vertegenwoordigt daar als parlementslid je constituency, je kiesdistrict. De mensen die daar wonen, kunnen met dat parlementslid in gesprek gaan. Dat willen wij ook. En we willen mensen in de Tweede Kamer die één dag in de week in de praktijk blijven werken. Heel belangrijk om uitspraken te kunnen doen die verder gaan dan één dimensie.”

 

Dit artikel was oorspronkelijk te vinden op De-eerstelijns.nl

 


‘Links of rechts? Dat vinden wij achterhaald’

Om meer invloed te kunnen uitoefenen op het zorgbeleid richtten vier artsen twee weken geleden de politieke partij NLBeter op. Gaan andere artsen hierop stemmen? En wat vinden ervaren artsen-politici van deze opmerkelijke stap? Medisch Contact hield een peiling..

Bekijk hier het artikel:Medisch contact


Nieuwe politieke partij NLBeter van prominente medici om 'falend zorgsysteem'

Prominente medici hebben een nieuwe politieke partij opgericht: NLBeter. Ze doen dit uit onvrede over het in hun ogen falende zorgsysteem. Psychiater Esther van Fenema is een van de oprichters: “Wij kunnen niet anders, dan een gooi doen naar de macht.”

Van Fenema maakt de oprichting van NLBeter vandaag bekend bij EenVandaag en op hpdetijd.nl: “Het zorgsysteem faalt, en het lukt de huidige politieke partijen niet om er iets aan te veranderen. Wij kunnen dat beter.”

Minimaal 5 zetels

Het bestuur van de partij bestaat overwegend uit medici: naast Van Fenema zijn dat de bekende oncoloog Wanda de Kanter, cardioloog Janneke Wittekoek en psychiater Ronald Mann. Ook de Rotterdamse hoogleraar Transitiekunde, Jan Rotmans, zit in het bestuur. De medici van NLBeter willen meedoen aan de volgende Tweede Kamerverkiezingen, in maart 2021, en daar minimaal 5 zetels halen.

Van Fenema: “Nu schrijven we opiniestukken, schuiven we aan bij talkshows en worden we soms uitgenodigd op het ministerie om ons zegje te doen, maar er verandert niets. We hebben echte macht nodig, zetels, om daadwerkelijk iets te kunnen verbeteren.”

 

Dit artikel was oorspronkelijk te vinden op EenVandaag